BWBR0045820
Geldig vanaf 01-01-2022
Artikel 5
Beleidsregel eerstelijnsverblijf
1. Tariefsoort
Voor de prestaties eerstelijnsverblijf laag complex, eerstelijnsverblijf hoog complex en eerstelijnsverblijf palliatief terminale zorg gelden maximumtarieven per dag.
Voor de experimentprestatie resultaatbeloning en zorgvernieuwing en de prestaties coördineren van verblijf en onderlinge dienstverlening gelden vrije tarieven.
2. Totstandkoming tarieven
De tarieven voor de prestaties eerstelijnsverblijf laag complex, hoog complex en palliatief terminale zorg zijn gebaseerd op de volgende onderdelen:
• Een loon- en materiële kostencomponent (LMC);
• Een normatieve huisvestingscomponent (NHC);
• Een normatieve inventariscomponent (NIC);
• In de tarieven is daarnaast een rentevergoeding op het genormeerd eigen vermogen (VGREV) opgenomen van 1,17%.
• Jaarlijks vindt een aanpassing (indexering) plaats van de tariefcomponenten. De wijze van indexeren is geregeld in artikel 5.3.
De onderbouwing van deze maximumtarieven staat in het ‘Verantwoordingsdocument Toelichting op de berekening van de tarieven in het eerstelijnsverblijf’, dat als bijlage bij deze beleidsregel is opgenomen.
3. Indexatie
De tarieven worden jaarlijks trendmatig aangepast.
• De loonkosten worden geïndexeerd op basis van de door het Ministerie van VWS aangegeven Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA). Voor de materiële kosten wordt aangesloten bij het prijsindexcijfer particuliere consumptie uit het Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau (CEP).
• Voor de voorlopige indexaties 2022 sluit de NZa incidenteel aan op de ramingen uit de Macro Economische Verkenning van het Centraal Planbureau. Dit geldt zowel voor de personele index als de materiële index.
• De toe te passen index op de loon- en materiële kostencomponent is het gewogen gemiddelde van de loon- en materiële indices, waarbij wordt uitgegaan van verhoudingspercentages tussen loon- en materiële kosten per eerstelijnsverblijf prestatie. Deze verhoudingspercentages zijn terug te vinden in tabel 11 van het ‘Verantwoordingsdocument Toelichting op de berekening van de tarieven in het eerstelijnsverblijf’.
• Voor de normatieve inventariscomponent geldt de index voor materiële kosten.
• De normatieve huisvestingscomponent wordt jaarlijks geïndexeerd met 2,5%.
4. Max-maxtarieven
De maximumtarieven, berekend op basis van artikel 5.2, kunnen ten hoogste met 10% worden verhoogd indien hieraan een schriftelijke overeenkomst tussen de betreffende zorgaanbieder en zorgverzekeraar ten grondslag ligt.
Dit zogenaamde max-maxtarief kan uitsluitend in rekening worden gebracht aan (a) de zorgverzekeraar met wie het verhoogde maximumtarief is overeengekomen, of (b) de verzekerde ten behoeve van wie een zorgverzekering met betrekking tot eerstelijnsverblijf is gesloten bij een zorgverzekeraar met wie een zodanig verhoogd maximumtarief schriftelijk is overeengekomen.
Een tarief dat niet hoger is dan berekend op basis van artikel 5.2 kan aan eenieder in rekening worden gebracht.
Voor de prestaties eerstelijnsverblijf laag complex, eerstelijnsverblijf hoog complex en eerstelijnsverblijf palliatief terminale zorg gelden maximumtarieven per dag.
Voor de experimentprestatie resultaatbeloning en zorgvernieuwing en de prestaties coördineren van verblijf en onderlinge dienstverlening gelden vrije tarieven.
2. Totstandkoming tarieven
De tarieven voor de prestaties eerstelijnsverblijf laag complex, hoog complex en palliatief terminale zorg zijn gebaseerd op de volgende onderdelen:
• Een loon- en materiële kostencomponent (LMC);
• Een normatieve huisvestingscomponent (NHC);
• Een normatieve inventariscomponent (NIC);
• In de tarieven is daarnaast een rentevergoeding op het genormeerd eigen vermogen (VGREV) opgenomen van 1,17%.
• Jaarlijks vindt een aanpassing (indexering) plaats van de tariefcomponenten. De wijze van indexeren is geregeld in artikel 5.3.
De onderbouwing van deze maximumtarieven staat in het ‘Verantwoordingsdocument Toelichting op de berekening van de tarieven in het eerstelijnsverblijf’, dat als bijlage bij deze beleidsregel is opgenomen.
3. Indexatie
De tarieven worden jaarlijks trendmatig aangepast.
• De loonkosten worden geïndexeerd op basis van de door het Ministerie van VWS aangegeven Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA). Voor de materiële kosten wordt aangesloten bij het prijsindexcijfer particuliere consumptie uit het Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau (CEP).
• Voor de voorlopige indexaties 2022 sluit de NZa incidenteel aan op de ramingen uit de Macro Economische Verkenning van het Centraal Planbureau. Dit geldt zowel voor de personele index als de materiële index.
• De toe te passen index op de loon- en materiële kostencomponent is het gewogen gemiddelde van de loon- en materiële indices, waarbij wordt uitgegaan van verhoudingspercentages tussen loon- en materiële kosten per eerstelijnsverblijf prestatie. Deze verhoudingspercentages zijn terug te vinden in tabel 11 van het ‘Verantwoordingsdocument Toelichting op de berekening van de tarieven in het eerstelijnsverblijf’.
• Voor de normatieve inventariscomponent geldt de index voor materiële kosten.
• De normatieve huisvestingscomponent wordt jaarlijks geïndexeerd met 2,5%.
4. Max-maxtarieven
De maximumtarieven, berekend op basis van artikel 5.2, kunnen ten hoogste met 10% worden verhoogd indien hieraan een schriftelijke overeenkomst tussen de betreffende zorgaanbieder en zorgverzekeraar ten grondslag ligt.
Dit zogenaamde max-maxtarief kan uitsluitend in rekening worden gebracht aan (a) de zorgverzekeraar met wie het verhoogde maximumtarief is overeengekomen, of (b) de verzekerde ten behoeve van wie een zorgverzekering met betrekking tot eerstelijnsverblijf is gesloten bij een zorgverzekeraar met wie een zodanig verhoogd maximumtarief schriftelijk is overeengekomen.
Een tarief dat niet hoger is dan berekend op basis van artikel 5.2 kan aan eenieder in rekening worden gebracht.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0045820
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl