BWBR0045817
Geldig vanaf 01-01-2022
Artikel 5
Beleidsregel orthodontische zorg
1. Bij de tariefvaststelling wordt gebruik gemaakt van twee puntwaarden: een puntwaarde voor de tarieven in de A-categorie en een puntwaarde voor de tarieven in de B- en C-categorie.
2. De arbeidskostencomponent orthodontische zorg bedraagt € 195.327 (definitief niveau 2021).
3. Het inkomensbestanddeel in de puntwaarde van de prestaties in de A-categorie bedraagt € 194.497 (definitief niveau 2021).
4. Het praktijkkostenbestanddeel in de puntwaarde van de prestaties in de A-categorie bedraagt € 794.847 (definitief niveau 2021). Het praktijk-kostenbestanddeel is opgebouwd uit de elementen ‘personeelskosten’ en ‘overige kosten’:
○ personeelskosten € 338.633
○ overige kosten € 456.214
5. De rekennorm in de puntwaarde van de prestaties in de A-categorie bedraagt 2.327.991.
6. Jaarlijks vindt een aanpassing (indexering) van zowel het inkomens- als het praktijkkostenbestanddeel plaats. De wijze van indexeren is geregeld in de Beleidsregel indexering.
7. De structurele puntwaarde van de prestaties in de A-categorie bedraagt:
– € 0,4249773 (definitief niveau 2021);
– € 0,4374261 (voorcalculatorisch niveau 2022).
8. De puntwaarde van de prestaties in de B- en C-categorie bedraagt € 0,6507276 (voorcalculatorisch niveau 2022). Deze puntwaarde muteert jaarlijks met het hierna in artikel 6.2 genoemde mutatiepercentage.
2. De arbeidskostencomponent orthodontische zorg bedraagt € 195.327 (definitief niveau 2021).
3. Het inkomensbestanddeel in de puntwaarde van de prestaties in de A-categorie bedraagt € 194.497 (definitief niveau 2021).
4. Het praktijkkostenbestanddeel in de puntwaarde van de prestaties in de A-categorie bedraagt € 794.847 (definitief niveau 2021). Het praktijk-kostenbestanddeel is opgebouwd uit de elementen ‘personeelskosten’ en ‘overige kosten’:
○ personeelskosten € 338.633
○ overige kosten € 456.214
5. De rekennorm in de puntwaarde van de prestaties in de A-categorie bedraagt 2.327.991.
6. Jaarlijks vindt een aanpassing (indexering) van zowel het inkomens- als het praktijkkostenbestanddeel plaats. De wijze van indexeren is geregeld in de Beleidsregel indexering.
7. De structurele puntwaarde van de prestaties in de A-categorie bedraagt:
– € 0,4249773 (definitief niveau 2021);
– € 0,4374261 (voorcalculatorisch niveau 2022).
8. De puntwaarde van de prestaties in de B- en C-categorie bedraagt € 0,6507276 (voorcalculatorisch niveau 2022). Deze puntwaarde muteert jaarlijks met het hierna in artikel 6.2 genoemde mutatiepercentage.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0045817
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl