BWBR0045808
Geldig vanaf 01-01-2022
Artikel 3.1
Regeling geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg
De zorgaanbieder registreert op grond van deze regeling minimaal voor iedere patiënt alle informatie-elementen als genoemd onder A, B, C en D respectievelijk E in artikel 2.1 Informatie-elementen.
De zorgaanbieder registreert op grond van deze regeling minimaal voor iedere prestatie alle informatie-elementen als genoemd onderF in artikel 2.1 Informatie-elementen.
Op de registratieverplichting in voorgaande lid gelden de volgende uitzonderingen:
– Informatie-elementen die redelijkerwijs niet aanwezig kunnen zijn, zijn uitgezonderd van deze registratieverplichting.
– Voor forensische zorg zijn onderstaande informatie-elementen niet verplicht: b1 naam; b2 Geboortedatum; b6 Verzekerdennummer; d1 DSM-hoofdgroep; d2 DSM-5 classificatie (niet voor voorheen gb-ggz); d3 Gb-ggz-profiel; d4 Zorgvraagtypering Volledig; d5 Zorgvraagtypering Dynamisch; d6 Zorgvraagtypering Dynamisch met volledige HoNOS+ afgenomen;onoHo d7 Antwoorden op HoNOS+ vragen; d8 input in Zorgvraagtyperingsinstrument Dynamisch; d9 Geadviseerde zorgvraagtype; d10 Gekozen zorgvraagtype; d11 Privacyverklaring actief.
– Voor geneeskundige ggz zijn informatie-elementen b8 Strafrechtsketennummer, b9 Plaatsingsbesluitnummer, b10 begindatum plaatsingsbesluit,b11 einddatum plaatsingsbesluit, b12 begindatum forensische titel, b13 einddatum forensische titel en f10 Contractnummer niet verplicht.
– Voor de verblijfsprestaties, zzp’s en extramurale parameters en de toeslagen zijn f6 Naam zorgverlener die de prestatie heeft geleverd, f7AGB-code zorgverlener die de prestatie heeft geleverd en f8 Beroep zorgverlener niet verplicht.
– Voor zzp’s en extramurale parameters zijn informatie-elementen c1 Naam regiebehandelaar, c2 AGB-code regiebehandelaar, c3 AGB-code verwijzer, e1 Recidiverisico, e2 Ernst van het delict(gedrag), e3 Exceptionele responsiviteit, e4 Zorgvraagtype, e5 DSM-hoofdgroep (fz), e6 DSM-5 classificatie niet verplicht.
– Informatie-element d2 DSM-5 classificatie hoeft in de basis ggz niet geregistreerd te worden op grond van deze regeling.
– Informatie-element d1 DSM-hoofdgroep en d2 DSM-5 classificatie worden op grond van artikel 3.1lid 1 per patiënt geregistreerd. Als aan de betreffende patiënt alleen consulten diagnostiek zijn geleverd, hoeven d1 DSM-hoofdgroep en d2 DSM-5 classificatie (resp.e5 en e6 in de FZ) niet te worden geregistreerd.
– Voor informatie-element d1DSM-hoofdgroep en d2DSM-5 classificatie (resp.e5 en e6 in de FZ) geldt dat als er nog geen diagnose kan worden vastgesteld, er een voorlopige diagnose wordt geregistreerd.
– In 2022 wordt voor het registreren van onderstaande informatie-elementen met betrekking tot de zorgvraag-typering een ingroeimodel gehanteerd. Tijdens het ingroeimodel is het registreren van deze informatie-elementen niet per direct verplicht voor patiënten die al in behandeling waren bij de zorgaanbieder voor 2022. Deze bestaande patiënten worden op logische momenten in het behandelproces getypeerd. Voor nieuwe patiënten geldt deze uitzondering niet. d4 Zorgvraagtypering Volledig; d5 Zorgvraagtypering Dynamisch; d6 Zorgvraagtypering Dynamisch met volledige HoNOS+ afgenomen; d7 Antwoorden op HoNOS+ vragen; d8 Input in Zorgvraagtyperingsinstrument Dynamisch; d9 Geadviseerde zorgvraagtype; d10 Gekozen zorgvraagtype; d12 Wvggz-/Wzd-historie; d13 Acute-ggz historie; d14 Verblijfshistorie; e1 Recidiverisico; e2 Ernst van het delict(gedrag); e3 Exceptionele responsiviteit; e4 Zorgvraagtype.
– Tot en met 30 juni 2022 is het niet verplicht onderstaande informatie-elementen te registreren. Aanleiding hiervoor is dat de ICT-systemen van de zorgaanbieder mogelijk nog niet gereed zijn deze informatie-elementen te registreren. d7 Antwoorden op HoNOS+ vragen; d12 Wvggz-/Wzd-historie; d13 Acute-ggz historie; d14 Verblijfshistorie; f9 Zorglabel (alleen N04 Toeslag inzet tolk)
De zorgaanbieder registreert op grond van deze regeling minimaal voor iedere prestatie alle informatie-elementen als genoemd onderF in artikel 2.1 Informatie-elementen.
Op de registratieverplichting in voorgaande lid gelden de volgende uitzonderingen:
– Informatie-elementen die redelijkerwijs niet aanwezig kunnen zijn, zijn uitgezonderd van deze registratieverplichting.
– Voor forensische zorg zijn onderstaande informatie-elementen niet verplicht: b1 naam; b2 Geboortedatum; b6 Verzekerdennummer; d1 DSM-hoofdgroep; d2 DSM-5 classificatie (niet voor voorheen gb-ggz); d3 Gb-ggz-profiel; d4 Zorgvraagtypering Volledig; d5 Zorgvraagtypering Dynamisch; d6 Zorgvraagtypering Dynamisch met volledige HoNOS+ afgenomen;onoHo d7 Antwoorden op HoNOS+ vragen; d8 input in Zorgvraagtyperingsinstrument Dynamisch; d9 Geadviseerde zorgvraagtype; d10 Gekozen zorgvraagtype; d11 Privacyverklaring actief.
– Voor geneeskundige ggz zijn informatie-elementen b8 Strafrechtsketennummer, b9 Plaatsingsbesluitnummer, b10 begindatum plaatsingsbesluit,b11 einddatum plaatsingsbesluit, b12 begindatum forensische titel, b13 einddatum forensische titel en f10 Contractnummer niet verplicht.
– Voor de verblijfsprestaties, zzp’s en extramurale parameters en de toeslagen zijn f6 Naam zorgverlener die de prestatie heeft geleverd, f7AGB-code zorgverlener die de prestatie heeft geleverd en f8 Beroep zorgverlener niet verplicht.
– Voor zzp’s en extramurale parameters zijn informatie-elementen c1 Naam regiebehandelaar, c2 AGB-code regiebehandelaar, c3 AGB-code verwijzer, e1 Recidiverisico, e2 Ernst van het delict(gedrag), e3 Exceptionele responsiviteit, e4 Zorgvraagtype, e5 DSM-hoofdgroep (fz), e6 DSM-5 classificatie niet verplicht.
– Informatie-element d2 DSM-5 classificatie hoeft in de basis ggz niet geregistreerd te worden op grond van deze regeling.
– Informatie-element d1 DSM-hoofdgroep en d2 DSM-5 classificatie worden op grond van artikel 3.1lid 1 per patiënt geregistreerd. Als aan de betreffende patiënt alleen consulten diagnostiek zijn geleverd, hoeven d1 DSM-hoofdgroep en d2 DSM-5 classificatie (resp.e5 en e6 in de FZ) niet te worden geregistreerd.
– Voor informatie-element d1DSM-hoofdgroep en d2DSM-5 classificatie (resp.e5 en e6 in de FZ) geldt dat als er nog geen diagnose kan worden vastgesteld, er een voorlopige diagnose wordt geregistreerd.
– In 2022 wordt voor het registreren van onderstaande informatie-elementen met betrekking tot de zorgvraag-typering een ingroeimodel gehanteerd. Tijdens het ingroeimodel is het registreren van deze informatie-elementen niet per direct verplicht voor patiënten die al in behandeling waren bij de zorgaanbieder voor 2022. Deze bestaande patiënten worden op logische momenten in het behandelproces getypeerd. Voor nieuwe patiënten geldt deze uitzondering niet. d4 Zorgvraagtypering Volledig; d5 Zorgvraagtypering Dynamisch; d6 Zorgvraagtypering Dynamisch met volledige HoNOS+ afgenomen; d7 Antwoorden op HoNOS+ vragen; d8 Input in Zorgvraagtyperingsinstrument Dynamisch; d9 Geadviseerde zorgvraagtype; d10 Gekozen zorgvraagtype; d12 Wvggz-/Wzd-historie; d13 Acute-ggz historie; d14 Verblijfshistorie; e1 Recidiverisico; e2 Ernst van het delict(gedrag); e3 Exceptionele responsiviteit; e4 Zorgvraagtype.
– Tot en met 30 juni 2022 is het niet verplicht onderstaande informatie-elementen te registreren. Aanleiding hiervoor is dat de ICT-systemen van de zorgaanbieder mogelijk nog niet gereed zijn deze informatie-elementen te registreren. d7 Antwoorden op HoNOS+ vragen; d12 Wvggz-/Wzd-historie; d13 Acute-ggz historie; d14 Verblijfshistorie; f9 Zorglabel (alleen N04 Toeslag inzet tolk)
- Citeren als
- Art. 3.1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0045808
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl