BWBR0045794
Geldig vanaf 2022-08-01
Artikel XXXIX
Aanpassingsbesluit WVO 2020
De volgende besluiten worden ingetrokken:
a. het Besluit van 22 februari 2007, nr. 07.000671, houdende departementale herindeling met betrekking tot de emancipatie en kinderopvang (Stcrt. 2007, 41);
b. het Besluit eindexamens v.w.o., h.a.v.o., v.s.b.o. BES;
c. het Besluit van 3 maart 1984, houdende regels met betrekking tot de gevolgen voor het personeel van de overgang van opleidingsscholen voor kleuterleidsters en voor onderwijzers in opleidingsscholen voor leraren basisonderwijs (Stb. 1984, 101);
d. het Besluit van 16 september 1949, houdende instelling van examens ter verkrijging van een getuigschrift van tolk-vertaler (Stb. 1949, J 428);
e. het Besluit van 5 mei 1958, tot instelling van een Staatsdiploma voor leraar in het machineschrijven en tot regeling van het examen ter verkrijging van dat diploma (Stb. 1958, 229);
f. het Besluit van 4 augustus 1955, tot instelling van een Staatsdiploma voor leraar in de stenografie en tot regeling van het examen ter verkrijging van dat diploma (Stb. 1955, 366);
g. vervallen;
h. vervallen;
i. vervallen;
j. het Besluit scholen v.w.o., h.a.v.o., v.s.b.o. BES;
k. het Besluit vaste beloning Adviescommissie OCenW bezwaarschriften Awb 2003;
l. het Besluit voorschriften onderwijsbevoegdheid vreemde diploma’s BES;
m. het Invoeringsbesluit gewijzigd Vormingswerk;
n. het Besluit van 6 juni 2002 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 18 april 2002 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met een overgangsregeling kosten administratie, beheer en bestuur bij verzelfstandiging van het openbaar onderwijs in een gemeente (Stb. 209) en van de Wet van 18 april 2002 tot wijziging van de Wet tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met een overgangsregeling kosten administratie, beheer en bestuur bij verzelfstandiging van het openbaar onderwijs in een gemeente (Stb. 210) en tot vaststelling van de datum, bedoeld in de artikelen 140a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, 134a, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, 96g1, eerste lid, en 249a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs (Stb. 2002, 323);
o. het Besluit van 10 mei 1938, waarbij met intrekking van het Koninklijk besluit van 3 Augustus 1926 (Staatsblad No. 291) worden vastgesteld een reglement en een programma voor het examen, bedoeld in artikel 77bis der middelbaar-onderwijswet (Stb. 1938, 391);
p. het Schoolpracticumbesluit voortgezet onderwijs;
q. het Staatsexamenbesluit SPD bedrijfsadministratie;
r. het Inrichtingsbesluit v.a.v.o.;
s. vervallen;
t. het Besluit van 16 juni 1995, tot wijziging van het Bekostigingsbesluit WBO/OWBO, het Bekostigingsbesluit ISOVSO/OISOVSO, het Bekostigingsbesluit W.V.O. en het Uitvoeringsbesluit W.C.B.O. in verband met nascholing (Stb. 1995, 347);
u. Besluit van 24 maart 2000, houdende wijziging van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. in verband met de invoering van leerwegen in het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en het voorbereidend beroepsonderwijs (eindexamens leerwegen mavo en vbo) (Stb. 2000, 158);
v. het Besluit van 4 juli 2014 tot wijziging van enige besluiten op het terrein van onderwijs in verband met het vervangen van de verplichte maatschappelijke stage door een facultatief programmaonderdeel, het schrappen van het verplichte vak algemene natuurwetenschappen uit het gemeenschappelijk deel van de vwo-profielen en het invoeren van de vakbenaming Latijnse en Griekse taal en cultuur (Stb. 2014, 295);
w. het Besluit van 23 oktober 2002, houdende wijziging van het Besluit staatsexamens vwo-havo-mavo 2000 vanwege invoering van leerwegen in het voortgezet onderwijs (Stb. 2002, 543);
x. het Wijzigingsbesluit verdeelmaatstaven gemeentefonds 2000.
a. het Besluit van 22 februari 2007, nr. 07.000671, houdende departementale herindeling met betrekking tot de emancipatie en kinderopvang (Stcrt. 2007, 41);
b. het Besluit eindexamens v.w.o., h.a.v.o., v.s.b.o. BES;
c. het Besluit van 3 maart 1984, houdende regels met betrekking tot de gevolgen voor het personeel van de overgang van opleidingsscholen voor kleuterleidsters en voor onderwijzers in opleidingsscholen voor leraren basisonderwijs (Stb. 1984, 101);
d. het Besluit van 16 september 1949, houdende instelling van examens ter verkrijging van een getuigschrift van tolk-vertaler (Stb. 1949, J 428);
e. het Besluit van 5 mei 1958, tot instelling van een Staatsdiploma voor leraar in het machineschrijven en tot regeling van het examen ter verkrijging van dat diploma (Stb. 1958, 229);
f. het Besluit van 4 augustus 1955, tot instelling van een Staatsdiploma voor leraar in de stenografie en tot regeling van het examen ter verkrijging van dat diploma (Stb. 1955, 366);
g. vervallen;
h. vervallen;
i. vervallen;
j. het Besluit scholen v.w.o., h.a.v.o., v.s.b.o. BES;
k. het Besluit vaste beloning Adviescommissie OCenW bezwaarschriften Awb 2003;
l. het Besluit voorschriften onderwijsbevoegdheid vreemde diploma’s BES;
m. het Invoeringsbesluit gewijzigd Vormingswerk;
n. het Besluit van 6 juni 2002 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 18 april 2002 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met een overgangsregeling kosten administratie, beheer en bestuur bij verzelfstandiging van het openbaar onderwijs in een gemeente (Stb. 209) en van de Wet van 18 april 2002 tot wijziging van de Wet tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met een overgangsregeling kosten administratie, beheer en bestuur bij verzelfstandiging van het openbaar onderwijs in een gemeente (Stb. 210) en tot vaststelling van de datum, bedoeld in de artikelen 140a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, 134a, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, 96g1, eerste lid, en 249a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs (Stb. 2002, 323);
o. het Besluit van 10 mei 1938, waarbij met intrekking van het Koninklijk besluit van 3 Augustus 1926 (Staatsblad No. 291) worden vastgesteld een reglement en een programma voor het examen, bedoeld in artikel 77bis der middelbaar-onderwijswet (Stb. 1938, 391);
p. het Schoolpracticumbesluit voortgezet onderwijs;
q. het Staatsexamenbesluit SPD bedrijfsadministratie;
r. het Inrichtingsbesluit v.a.v.o.;
s. vervallen;
t. het Besluit van 16 juni 1995, tot wijziging van het Bekostigingsbesluit WBO/OWBO, het Bekostigingsbesluit ISOVSO/OISOVSO, het Bekostigingsbesluit W.V.O. en het Uitvoeringsbesluit W.C.B.O. in verband met nascholing (Stb. 1995, 347);
u. Besluit van 24 maart 2000, houdende wijziging van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. in verband met de invoering van leerwegen in het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en het voorbereidend beroepsonderwijs (eindexamens leerwegen mavo en vbo) (Stb. 2000, 158);
v. het Besluit van 4 juli 2014 tot wijziging van enige besluiten op het terrein van onderwijs in verband met het vervangen van de verplichte maatschappelijke stage door een facultatief programmaonderdeel, het schrappen van het verplichte vak algemene natuurwetenschappen uit het gemeenschappelijk deel van de vwo-profielen en het invoeren van de vakbenaming Latijnse en Griekse taal en cultuur (Stb. 2014, 295);
w. het Besluit van 23 oktober 2002, houdende wijziging van het Besluit staatsexamens vwo-havo-mavo 2000 vanwege invoering van leerwegen in het voortgezet onderwijs (Stb. 2002, 543);
x. het Wijzigingsbesluit verdeelmaatstaven gemeentefonds 2000.