1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten behorend tot het domein II, Milieu, welzijn en infrastructuur, zoals opgenomen in de
bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaaraangevuld met de wetten op het werkterrein van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat dan wel op het werkterrein van andere ministeries zoals bedoeld in
artikel 2, vierde lid, van het Instellingsbesluit Inspectie Leefomgeving en Transport, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
2. De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland en daarbuiten voor zover de Nederlandse Rechtsmacht strekt en voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
3. De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste lid genoemde domein.