BWBR0045733
Geldig vanaf 2021-10-26
Artikel 3
Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering arbeidsmarkttoelage Nationaal Programma Onderwijs PO en VO
1. De minister verstrekt bijzondere bekostiging aan:
a. het bevoegd gezag van een basisschool met een of meer vestigingen met de relatief hoogste achterstandsscores; en
b. het bevoegd gezag van een speciale school voor basisonderwijs of school voor (voortgezet) speciaal onderwijs met een of meer vestigingen met de relatief meeste leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond.
De vestigingen die in aanmerking komen voor de bijzondere bekostiging, alsmede het leerlingenaantal en het bekostigingsbedrag dat per vestiging wordt toegekend, zijn opgenomen in bijlage 1bij deze regeling.
2. De bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een bedrag per leerling.
3. De hoogte van de bijzondere bekostiging wordt berekend op grond van het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 121 van de Wet op het primair onderwijsen artikel 118 van de Wet op de expertisecentra, zoals die luidden op 31 maart 2022, dat staat ingeschreven op de vestiging op 1 oktober 2020.
4. Het bedrag per leerling in het primair onderwijs bedraagt:
a. € 532,85 voor vestigingen van basisscholen, waarbij vestigingen van basisscholen met minder dan 145 leerlingen in aanvulling daarop een vaste voet ontvangen van € 17.632,96 met aftrek van € 122,03 per leerling;
b. € 1.072,40 voor vestigingen van speciale scholen voor basisonderwijs, en;
c. € 2.253,40 voor vestigingen van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs.
5. De bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt in november 2021 vastgesteld. De eerste betaling vindt plaats in november 2021 voor 5/12 edeel van het vastgestelde bedrag. In januari 2022 volgt een tweede betaling voor 7/12 edeel van het vastgestelde bedrag.
6. De bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk in juli 2022 definitief vastgesteld en aangepast op basis van de bijdrage voor loon- en prijsbijstelling.
a. het bevoegd gezag van een basisschool met een of meer vestigingen met de relatief hoogste achterstandsscores; en
b. het bevoegd gezag van een speciale school voor basisonderwijs of school voor (voortgezet) speciaal onderwijs met een of meer vestigingen met de relatief meeste leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond.
De vestigingen die in aanmerking komen voor de bijzondere bekostiging, alsmede het leerlingenaantal en het bekostigingsbedrag dat per vestiging wordt toegekend, zijn opgenomen in bijlage 1bij deze regeling.
2. De bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een bedrag per leerling.
3. De hoogte van de bijzondere bekostiging wordt berekend op grond van het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 121 van de Wet op het primair onderwijsen artikel 118 van de Wet op de expertisecentra, zoals die luidden op 31 maart 2022, dat staat ingeschreven op de vestiging op 1 oktober 2020.
4. Het bedrag per leerling in het primair onderwijs bedraagt:
a. € 532,85 voor vestigingen van basisscholen, waarbij vestigingen van basisscholen met minder dan 145 leerlingen in aanvulling daarop een vaste voet ontvangen van € 17.632,96 met aftrek van € 122,03 per leerling;
b. € 1.072,40 voor vestigingen van speciale scholen voor basisonderwijs, en;
c. € 2.253,40 voor vestigingen van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs.
5. De bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt in november 2021 vastgesteld. De eerste betaling vindt plaats in november 2021 voor 5/12 edeel van het vastgestelde bedrag. In januari 2022 volgt een tweede betaling voor 7/12 edeel van het vastgestelde bedrag.
6. De bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk in juli 2022 definitief vastgesteld en aangepast op basis van de bijdrage voor loon- en prijsbijstelling.