BWBR0045725
Geldig vanaf 23-10-2021
Artikel 2.6
Beleidsregels risicoverevening 2022
1. Het Zorginstituut baseert het geraamde aantal verzekerden per zorgverzekeraar voor het criterium FKG_C op:
a. de indeling in FKG_C-klassen 2022 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in Bijlage 2 van deze Beleidsregels;
b. de opgave per 1 juni 2021 van declaraties farmaceutische hulp 2020 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut;
c. de opgave per 1 juni 2021 van declaraties add-ons duur of weesgeneesmiddel 2019 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut; en
d. de opgave per 1 juni 2020 van declaraties farmaceutische hulp 2019 per gepseudonimiseerd Burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut.
2. Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met d, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PER 2021 en bepaalt daarmee en met inachtneming van Bijlage 2 van deze Beleidsregels, in welke FKG_C-klassen een verzekerde wordt ingedeeld. Aan de verzekerde koppelt het Zorginstituut een zwaarte van 1 voor de betreffende klassen.
3. Het Zorginstituut past per verzekerde per klasse van het criterium FKG_C de toepasselijke trendfactor toe. Het Zorginstituut vermenigvuldigt de zwaarte, bedoeld in het tweede lid, met de toepasselijke trendfactor.
4. Het Zorginstituut past op de verzekerden in een aantal FKG_C-klassen een sterftecorrectie toe, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft met het PKB 2020. Het betreft de volgende FKG_C-klassen:
a. ‘Groeistoornissen o.b.v. add-on’;
b. ‘Auto-immuunziekten o.b.v. add-on’;
c. ‘Immunoglobuline o.b.v. add-on’;
d. ‘COPD/Zware astma o.b.v. add-on’;
e. ‘Kanker o.b.v. add-on’;
f. ‘Maculadegeneratie o.b.v. add-on’;
g. ‘Extreem hoge kosten cluster 1’;
h. ‘Extreem hoge kosten cluster 2’;
i. ‘Extreem hoge kosten cluster 3’; en
j. ‘Extreem hoge kosten cluster 4’.
5. Het Zorginstituut past op verzekerden die in het PER 2021 voor het eerst voorkomen per FKG_C-klasse de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het PER 2021 toe.
6. Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen FKG_C’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen FKG_C’ in.
7. Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium FKG_C naar de macroverzekerdenraming.
8. Het Zorginstituut past per verzekerde per klasse van het criterium FKG_C de toepasselijke COVID-correctiefactor toe.
a. de indeling in FKG_C-klassen 2022 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in Bijlage 2 van deze Beleidsregels;
b. de opgave per 1 juni 2021 van declaraties farmaceutische hulp 2020 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut;
c. de opgave per 1 juni 2021 van declaraties add-ons duur of weesgeneesmiddel 2019 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut; en
d. de opgave per 1 juni 2020 van declaraties farmaceutische hulp 2019 per gepseudonimiseerd Burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut.
2. Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met d, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PER 2021 en bepaalt daarmee en met inachtneming van Bijlage 2 van deze Beleidsregels, in welke FKG_C-klassen een verzekerde wordt ingedeeld. Aan de verzekerde koppelt het Zorginstituut een zwaarte van 1 voor de betreffende klassen.
3. Het Zorginstituut past per verzekerde per klasse van het criterium FKG_C de toepasselijke trendfactor toe. Het Zorginstituut vermenigvuldigt de zwaarte, bedoeld in het tweede lid, met de toepasselijke trendfactor.
4. Het Zorginstituut past op de verzekerden in een aantal FKG_C-klassen een sterftecorrectie toe, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft met het PKB 2020. Het betreft de volgende FKG_C-klassen:
a. ‘Groeistoornissen o.b.v. add-on’;
b. ‘Auto-immuunziekten o.b.v. add-on’;
c. ‘Immunoglobuline o.b.v. add-on’;
d. ‘COPD/Zware astma o.b.v. add-on’;
e. ‘Kanker o.b.v. add-on’;
f. ‘Maculadegeneratie o.b.v. add-on’;
g. ‘Extreem hoge kosten cluster 1’;
h. ‘Extreem hoge kosten cluster 2’;
i. ‘Extreem hoge kosten cluster 3’; en
j. ‘Extreem hoge kosten cluster 4’.
5. Het Zorginstituut past op verzekerden die in het PER 2021 voor het eerst voorkomen per FKG_C-klasse de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het PER 2021 toe.
6. Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen FKG_C’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen FKG_C’ in.
7. Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium FKG_C naar de macroverzekerdenraming.
8. Het Zorginstituut past per verzekerde per klasse van het criterium FKG_C de toepasselijke COVID-correctiefactor toe.
- Citeren als
- Art. 2.6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0045725
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl