BWBR0045643
Geldig vanaf 29-09-2021
Artikel 3.6
Tijdelijke subsidieregeling onderzoeksjournalistiek Stimuleringsfonds voor de Journalistiek 2021–2023
1. Na verlening van een subsidie in spoor 1 wordt bij wijze van voorschot in vier termijnen het verleende subsidiebedrag betaald, waarbij:
a) de eerste termijn van 25 procent direct na subsidieverlening wordt betaald;
b) de tweede termijn van 25 procent op een kwart van de projectperiode wordt betaald;
c) de derde termijn van 25 procent halverwege de projectperiode wordt betaald; en
d) de vierde termijn van 25 procent na vaststelling van de subsidie wordt betaald.
2. Na verlening van een subsidie in spoor 2 wordt bij wijze van voorschot in één termijn het verleende subsidiebedrag betaald.
3. Na verlening van een subsidie in spoor 3 wordt bij wijze van voorschot in drie termijnen het verleende subsidiebedrag betaald, waarbij:
a) de eerste termijn van 50 procent direct na subsidieverlening wordt betaald;
b) de tweede termijn van 25 procent halverwege het projectjaar wordt betaald;
c) de derde termijn van 25 procent na vaststelling van de subsidie wordt betaald.
4. In overleg kan het Stimuleringsfonds bij wijze van uitzondering afwijken van de hoogte van bovengenoemde tranches en overgaan tot een andere percentuele betaling.
5. Een subsidie als bedoeld in artikel 1.5, eerste lid, onderdeel b, wordt na verlening in twee termijnen van 50 procent betaald.
a) de eerste termijn van 25 procent direct na subsidieverlening wordt betaald;
b) de tweede termijn van 25 procent op een kwart van de projectperiode wordt betaald;
c) de derde termijn van 25 procent halverwege de projectperiode wordt betaald; en
d) de vierde termijn van 25 procent na vaststelling van de subsidie wordt betaald.
2. Na verlening van een subsidie in spoor 2 wordt bij wijze van voorschot in één termijn het verleende subsidiebedrag betaald.
3. Na verlening van een subsidie in spoor 3 wordt bij wijze van voorschot in drie termijnen het verleende subsidiebedrag betaald, waarbij:
a) de eerste termijn van 50 procent direct na subsidieverlening wordt betaald;
b) de tweede termijn van 25 procent halverwege het projectjaar wordt betaald;
c) de derde termijn van 25 procent na vaststelling van de subsidie wordt betaald.
4. In overleg kan het Stimuleringsfonds bij wijze van uitzondering afwijken van de hoogte van bovengenoemde tranches en overgaan tot een andere percentuele betaling.
5. Een subsidie als bedoeld in artikel 1.5, eerste lid, onderdeel b, wordt na verlening in twee termijnen van 50 procent betaald.
- Citeren als
- Art. 3.6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0045643
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl