BWBR0045641
Geldig vanaf 2020-08-01
Artikel 12
Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging van het Instituut Mijnbouwschade Groningen
1. Aan de afdelingsmanagers wordt, voor de onder hen ressorterende medewerkers voor wie salarisschaal 14 of lager als bedoeld in paragraaf 6.3 van de CAO Rijk geldt, volmacht en machtiging verleend voor de volgende P&O-aangelegenheden:
a. het nemen van beslissingen inzake het woon-werkverkeer;
b. de detachering van medewerkers bij of door het Instituut;
c. het aangaan en afhandelen van verplichtingen inzake de opleiding van personeel en het accorderen van de desbetreffende betalingen;
d. het aangaan van stageovereenkomsten;
e. het nemen van beslissingen inzake overwerk;
f. het accorderen van aanvragen voor binnenlandse en buitenlandse dienstreizen en het goedkeuren van reiskostendeclaraties;
g. het verlenen van vakantie en kort bijzonder verlof;
h. het verlenen van zwangerschaps-, bevallings- en ouderschapsverlof;
i. het verlenen van PAS verlof;
j. het accorderen van tijdschrijfregistraties;
k. het aangaan van verplichtingen met betrekking tot het, anders dan door middel van een tijdelijke arbeidsovereenkomst, aantrekken van tijdelijk personeel overeenkomstig een voorafgaand besluit van de leden van het Instituut of van de directeur daartoe;
l. het afhandelen van verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan met betrekking tot het, anders dan door middel van een tijdelijke arbeidsovereenkomst, aantrekken van tijdelijk personeel;
m. het verstrekken van een gratificatie wegens een ambtsjubileum;
n. het accorderen van structureel telewerken;
o. het accorderen van IKB-aanvragen, voor zover geen sprake is van een opwaarts effect op de bezetting;
p. het accorderen van een vergoeding voor verhuiskosten;
q. het beslissen op een verzoek om wijziging van werktijden van een medewerker niet zijnde een uitbreiding van de arbeidsduur.
2. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheden gaan bij afwezigheid van een afdelingsmanager over op een door hem aangewezen plaatsvervanger, zijnde een afdelingsmanager van een andere afdeling.
a. het nemen van beslissingen inzake het woon-werkverkeer;
b. de detachering van medewerkers bij of door het Instituut;
c. het aangaan en afhandelen van verplichtingen inzake de opleiding van personeel en het accorderen van de desbetreffende betalingen;
d. het aangaan van stageovereenkomsten;
e. het nemen van beslissingen inzake overwerk;
f. het accorderen van aanvragen voor binnenlandse en buitenlandse dienstreizen en het goedkeuren van reiskostendeclaraties;
g. het verlenen van vakantie en kort bijzonder verlof;
h. het verlenen van zwangerschaps-, bevallings- en ouderschapsverlof;
i. het verlenen van PAS verlof;
j. het accorderen van tijdschrijfregistraties;
k. het aangaan van verplichtingen met betrekking tot het, anders dan door middel van een tijdelijke arbeidsovereenkomst, aantrekken van tijdelijk personeel overeenkomstig een voorafgaand besluit van de leden van het Instituut of van de directeur daartoe;
l. het afhandelen van verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan met betrekking tot het, anders dan door middel van een tijdelijke arbeidsovereenkomst, aantrekken van tijdelijk personeel;
m. het verstrekken van een gratificatie wegens een ambtsjubileum;
n. het accorderen van structureel telewerken;
o. het accorderen van IKB-aanvragen, voor zover geen sprake is van een opwaarts effect op de bezetting;
p. het accorderen van een vergoeding voor verhuiskosten;
q. het beslissen op een verzoek om wijziging van werktijden van een medewerker niet zijnde een uitbreiding van de arbeidsduur.
2. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheden gaan bij afwezigheid van een afdelingsmanager over op een door hem aangewezen plaatsvervanger, zijnde een afdelingsmanager van een andere afdeling.