BWBR0045633
Geldig vanaf 2021-09-23
Artikel 7
Regeling specifieke uitkering tweede tranche voor huisvesting aandachtsgroepen
1. De minister wijst een aanvraag voor een specifieke uitkering af indien:
a. de aanvraag niet voldoet aan de in deze regeling gestelde regels;
b. de aanvraag ziet op activiteiten waarvoor op grond van de Regeling Woningbouwimpuls 2020 of de Regeling specifieke uitkering herstructurering volkshuisvesting al een uitkering is verleend;
c. de aanvraag ziet op projecten genoemd in de bijlage bij artikel 2 van de Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 6 november 2020 houdende vaststelling van regels voor het verstrekken van een eenmalige specifieke uitkering aan gemeenten ten behoeve van de huisvesting van kwetsbare doelgroepen (Stcrt. 2020, 58877);
d. het bedrag van de aangevraagde uitkering dusdanig hoog is dat de toekenning ervan leidt tot een overschrijding van het plafond, bedoeld in artikel 3, eerste lid;
e. toewijzing van de aanvraag wegens onvoorziene omstandigheden niet ten goede zou komen aan projecten als bedoeld in artikel 2, eerste lid; of
f. toewijzing van de aanvragen volgens de rangschikking zou leiden tot een bovenmatige concentratie van de toewijzingen in een of enkele regio’s.
2. De minister kan een aanvraag voor een specifieke uitkering gedeeltelijk afwijzen, voor zover de volledige toekenning zou leiden tot een overschrijding van het plafond, bedoeld in artikel 3, eerste lid.
a. de aanvraag niet voldoet aan de in deze regeling gestelde regels;
b. de aanvraag ziet op activiteiten waarvoor op grond van de Regeling Woningbouwimpuls 2020 of de Regeling specifieke uitkering herstructurering volkshuisvesting al een uitkering is verleend;
c. de aanvraag ziet op projecten genoemd in de bijlage bij artikel 2 van de Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 6 november 2020 houdende vaststelling van regels voor het verstrekken van een eenmalige specifieke uitkering aan gemeenten ten behoeve van de huisvesting van kwetsbare doelgroepen (Stcrt. 2020, 58877);
d. het bedrag van de aangevraagde uitkering dusdanig hoog is dat de toekenning ervan leidt tot een overschrijding van het plafond, bedoeld in artikel 3, eerste lid;
e. toewijzing van de aanvraag wegens onvoorziene omstandigheden niet ten goede zou komen aan projecten als bedoeld in artikel 2, eerste lid; of
f. toewijzing van de aanvragen volgens de rangschikking zou leiden tot een bovenmatige concentratie van de toewijzingen in een of enkele regio’s.
2. De minister kan een aanvraag voor een specifieke uitkering gedeeltelijk afwijzen, voor zover de volledige toekenning zou leiden tot een overschrijding van het plafond, bedoeld in artikel 3, eerste lid.