BWBR0045604
Geldig vanaf 2022-08-01
Artikel 5
Regeling aanvullende bekostiging geïsoleerde vestigingen vo
1. Een kleine geïsoleerde brede scholengemeenschap is een brede scholengemeenschap die voldoet aan de volgende voorwaarden:
a. op de scholengemeenschap wordt onderwijs in de schoolsoorten vwo, havo, mavo en vbo aangeboden, bedoeld in artikel 3, tweede lid, alsmede onderwijs in het eerste en tweede leerjaar van het voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 3, derde lid;
b. op de teldatum staan op het niveau van de scholengemeenschap als geheel minder dan 1.200 leerlingen als werkelijk schoolgaand ingeschreven; en
c. de brede scholengemeenschap heeft minimaal één geïsoleerde vestiging waarvoor de toeslag, bedoeld in artikel 4 wordt verstrekt.
2. De minister verstrekt aan het bevoegd gezag van kleine geïsoleerde brede scholengemeenschappen een extra toeslag. De hoogte van de extra toeslag wordt berekend overeenkomstig de formule X = A * (1.200 – LL X), waarbij:
X = de extra toeslag voor kleine geïsoleerde brede scholengemeenschappen;
A = 40 procent van het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen, waarbij de uitkomst wordt afgerond op twee decimalen; en
LL X= het aantal leerlingen dat als werkelijk schoolgaand op de scholengemeenschap op de teldatum staat ingeschreven.
3. Indien het aantal leerlingen op de school lager ligt dan 900, wordt in afwijking van het aantal dat volgt uit LL Xgerekend met een aantal van 900 leerlingen.
a. op de scholengemeenschap wordt onderwijs in de schoolsoorten vwo, havo, mavo en vbo aangeboden, bedoeld in artikel 3, tweede lid, alsmede onderwijs in het eerste en tweede leerjaar van het voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 3, derde lid;
b. op de teldatum staan op het niveau van de scholengemeenschap als geheel minder dan 1.200 leerlingen als werkelijk schoolgaand ingeschreven; en
c. de brede scholengemeenschap heeft minimaal één geïsoleerde vestiging waarvoor de toeslag, bedoeld in artikel 4 wordt verstrekt.
2. De minister verstrekt aan het bevoegd gezag van kleine geïsoleerde brede scholengemeenschappen een extra toeslag. De hoogte van de extra toeslag wordt berekend overeenkomstig de formule X = A * (1.200 – LL X), waarbij:
X = de extra toeslag voor kleine geïsoleerde brede scholengemeenschappen;
A = 40 procent van het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen, waarbij de uitkomst wordt afgerond op twee decimalen; en
LL X= het aantal leerlingen dat als werkelijk schoolgaand op de scholengemeenschap op de teldatum staat ingeschreven.
3. Indien het aantal leerlingen op de school lager ligt dan 900, wordt in afwijking van het aantal dat volgt uit LL Xgerekend met een aantal van 900 leerlingen.