BWBR0045592
Geldig vanaf 08-09-2021
Artikel 3
Subsidieregeling werkzaamheden ten behoeve van rechtsbijstand project Wijkrechtspraak op Zuid
1. Het bestuur stelt de volgende kwaliteitscriteria vast en sluit in het kader van het project een overeenkomst met de rechtsbijstandverlener die aan de volgende voorwaarden voldoet:
a. de rechtsbijstandverlener is ingeschreven bij de raad voor rechtsbijstand, zoals bedoeld in artikel 14 van de wet;
b. de rechtsbijstandverlener staat op minimaal twee van de volgende sociale rechtsgebieden als zodanig ingeschreven bij de raad: civiel en/of straf jeugdrecht, strafrecht, huurrecht, Personen- en familierecht, sociale zekerheidsrecht en verbintenissenrecht;
c. er zijn geen tuchtrechtelijke bezwaren tegen de rechtsbijstandverlener in de afgelopen 5 jaar;
d. ten aanzien van de rechtsbijstandverlener is geen sprake van één of meer van de in artikel 17, tweede lid, van de wet genoemde situaties;
e. de rechtsbijstandverlener neemt deel aan het High Trust systeem van de raad;
f. de rechtsbijstandverlener verklaart ervaring te hebben met zaken waarbij zowel juridische als sociale problematiek speelt, en verklaart tevens kennis te hebben over psychiatrie/problematiek van verwarde personen;
g. de aantoonbare ervaring onder f blijkt in ieder geval uit minimaal 20 afgegeven toevoegingen over 2019 en 2020 in de onder b genoemde rechtsterreinen;
h. de rechtsbijstandverlener is bereid om bij te dragen aan het experimenteren en leren binnen het project.
2. Als zich een rechtsbijstandverlener meldt waarmee de raad nog geen overeenkomst heeft gesloten, benadert de coördinator de betreffende rechtsbijstandverlener ter voorlichting over de werkwijze van het project, alvorens een overeenkomst gesloten kan worden.
3. Het bestuur sluit de in lid 1 bedoelde overeenkomst onder de voorwaarde dat het bestuur met een opzegtermijn van één maand de overeenkomst kan beëindigen indien:
a. de inschrijving van de rechtsbijstandverlener bij de raad is vervallen;
b. wijziging van het beleid daar aanleiding toe geeft;
c. wijziging van de aan de overeenkomst ten grondslag liggende wettelijke bepalingen of wijziging van andere wettelijke bepalingen daar aanleiding toe geeft;
d. de rechtsbijstandverlener niet of niet meer aan de in lid 1 genoemde criteria voldoet;
e. de rechtsbijstandverlener niet bereid is om medewerking te verlenen aan de evaluatie van het project en geen bereidheid toont ten aanzien van het aanleveren van gegevens ten behoeve van die evaluatie.
a. de rechtsbijstandverlener is ingeschreven bij de raad voor rechtsbijstand, zoals bedoeld in artikel 14 van de wet;
b. de rechtsbijstandverlener staat op minimaal twee van de volgende sociale rechtsgebieden als zodanig ingeschreven bij de raad: civiel en/of straf jeugdrecht, strafrecht, huurrecht, Personen- en familierecht, sociale zekerheidsrecht en verbintenissenrecht;
c. er zijn geen tuchtrechtelijke bezwaren tegen de rechtsbijstandverlener in de afgelopen 5 jaar;
d. ten aanzien van de rechtsbijstandverlener is geen sprake van één of meer van de in artikel 17, tweede lid, van de wet genoemde situaties;
e. de rechtsbijstandverlener neemt deel aan het High Trust systeem van de raad;
f. de rechtsbijstandverlener verklaart ervaring te hebben met zaken waarbij zowel juridische als sociale problematiek speelt, en verklaart tevens kennis te hebben over psychiatrie/problematiek van verwarde personen;
g. de aantoonbare ervaring onder f blijkt in ieder geval uit minimaal 20 afgegeven toevoegingen over 2019 en 2020 in de onder b genoemde rechtsterreinen;
h. de rechtsbijstandverlener is bereid om bij te dragen aan het experimenteren en leren binnen het project.
2. Als zich een rechtsbijstandverlener meldt waarmee de raad nog geen overeenkomst heeft gesloten, benadert de coördinator de betreffende rechtsbijstandverlener ter voorlichting over de werkwijze van het project, alvorens een overeenkomst gesloten kan worden.
3. Het bestuur sluit de in lid 1 bedoelde overeenkomst onder de voorwaarde dat het bestuur met een opzegtermijn van één maand de overeenkomst kan beëindigen indien:
a. de inschrijving van de rechtsbijstandverlener bij de raad is vervallen;
b. wijziging van het beleid daar aanleiding toe geeft;
c. wijziging van de aan de overeenkomst ten grondslag liggende wettelijke bepalingen of wijziging van andere wettelijke bepalingen daar aanleiding toe geeft;
d. de rechtsbijstandverlener niet of niet meer aan de in lid 1 genoemde criteria voldoet;
e. de rechtsbijstandverlener niet bereid is om medewerking te verlenen aan de evaluatie van het project en geen bereidheid toont ten aanzien van het aanleveren van gegevens ten behoeve van die evaluatie.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0045592
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl