BWBR0045590
Geldig vanaf 2021-09-07
Artikel 2
Besluit mandateren aan de provincie Noord-Brabant van bevoegdheid tot het door of namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat laten verleggen van kabels en leidingen t.b.v. uitvoering reconstructie rijksweg N65 Vught – Haaren
1. Aan gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant wordt mandaat verleend voor de uitoefening van de bevoegdheden die noodzakelijk zijn voor het verleggen van kabels en leidingen voor de reconstructie van de N65 Vugt – Haaren overeenkomstig de volgende wetten en regelingen:
a. de Nadeelcompensatieregeling inzake het verleggen van kabels en leidingen in en buiten rijkswaterstaatswerken en spoorwegwerken 1999 (Stcrt. 1999, 97);
b. de Overeenkomst inzake verleggen van kabels en leidingen buiten beheersgebied van 10 februari 1999;
c. de Sideletter bij de Overeenkomst 1999;
d. het Uitvoeringsprotocol Schadevergoeding Kabels en Leidingen SKL 01-26 (14 september 2001);
e. de Leidraad uitvoeringsprotocol SKL;
f. de Telecommunicatiewet;
g. het Uitvoeringsprotocol Telecom (13 november 2012); en
h. de Belemmeringenwet privaatrecht.
2. Het in het eerste lid verleende mandaat omvat tevens het in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat behandelen van bezwaar- en beroepsprocedures en privaatrechtelijke procedures voortvloeiend uit de toepassing van de in het eerste lid genoemde wet- en regelgeving.
a. de Nadeelcompensatieregeling inzake het verleggen van kabels en leidingen in en buiten rijkswaterstaatswerken en spoorwegwerken 1999 (Stcrt. 1999, 97);
b. de Overeenkomst inzake verleggen van kabels en leidingen buiten beheersgebied van 10 februari 1999;
c. de Sideletter bij de Overeenkomst 1999;
d. het Uitvoeringsprotocol Schadevergoeding Kabels en Leidingen SKL 01-26 (14 september 2001);
e. de Leidraad uitvoeringsprotocol SKL;
f. de Telecommunicatiewet;
g. het Uitvoeringsprotocol Telecom (13 november 2012); en
h. de Belemmeringenwet privaatrecht.
2. Het in het eerste lid verleende mandaat omvat tevens het in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat behandelen van bezwaar- en beroepsprocedures en privaatrechtelijke procedures voortvloeiend uit de toepassing van de in het eerste lid genoemde wet- en regelgeving.