BWBR0045533
Geldig vanaf 2021-08-28
Artikel 5
Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering Nationaal Programma Onderwijs PO en VO
1. De Minister verstrekt aanvullende bekostiging aan:
a. het bevoegd gezag van een basisschool; en
b. het bevoegd gezag van een speciale school voor basisonderwijs of een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs waar op 1 oktober 2020 meer dan 4 leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond staan ingeschreven.
2. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bestaat uit een bedrag per eenheid achterstandsscore, op basis van de onderwijsscore van de leerlingen die op 1 oktober 2020 zijn ingeschreven op een basisschool en voor per 1 augustus 2021 gestarte basisscholen op basis van de onderwijsscore van de leerlingen die op 1 oktober 2021 zijn ingeschreven.
3. Het bedrag per eenheid achterstandsscore bedraagt € 251,16.
4. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, bestaat boven het aantal van vier uit een bedrag per leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond.
5. Het bedrag per leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond bedraagt € 548,56.
6. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt, met uitzondering van de bekostiging voor per 1 augustus 2021 gestarte basisscholen, in september 2021 vastgesteld en uitbetaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. De eerste betaling vindt plaats in september 2021. In deze maand wordt ook de bekostiging voor de maand augustus van het jaar 2021 betaald.
7. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de per 1 augustus 2021 gestarte basisscholen in maart 2022 vastgesteld en uitbetaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. De eerste betaling vindt plaats in maart 2022. In deze maand wordt ook de bekostiging voor de maanden augustus 2021 tot en met februari 2022 betaald.
8. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk in juli 2022 definitief vastgesteld en aangepast op basis van de bijdrage voor loon- en prijsbijstelling.
a. het bevoegd gezag van een basisschool; en
b. het bevoegd gezag van een speciale school voor basisonderwijs of een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs waar op 1 oktober 2020 meer dan 4 leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond staan ingeschreven.
2. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bestaat uit een bedrag per eenheid achterstandsscore, op basis van de onderwijsscore van de leerlingen die op 1 oktober 2020 zijn ingeschreven op een basisschool en voor per 1 augustus 2021 gestarte basisscholen op basis van de onderwijsscore van de leerlingen die op 1 oktober 2021 zijn ingeschreven.
3. Het bedrag per eenheid achterstandsscore bedraagt € 251,16.
4. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, bestaat boven het aantal van vier uit een bedrag per leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond.
5. Het bedrag per leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond bedraagt € 548,56.
6. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt, met uitzondering van de bekostiging voor per 1 augustus 2021 gestarte basisscholen, in september 2021 vastgesteld en uitbetaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. De eerste betaling vindt plaats in september 2021. In deze maand wordt ook de bekostiging voor de maand augustus van het jaar 2021 betaald.
7. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de per 1 augustus 2021 gestarte basisscholen in maart 2022 vastgesteld en uitbetaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. De eerste betaling vindt plaats in maart 2022. In deze maand wordt ook de bekostiging voor de maanden augustus 2021 tot en met februari 2022 betaald.
8. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk in juli 2022 definitief vastgesteld en aangepast op basis van de bijdrage voor loon- en prijsbijstelling.