BWBR0045528
Geldig vanaf 29-05-2026
Artikel 5.32f
Omgevingsregeling
1. Een systeem voor ondersteuning energiegebruik technische bouwsystemen als bedoeld in de artikelen 4.160g en 5.21h van het Besluit bouwwerken leefomgeving, heeft ten minste een energiemeter die gegevens registreert over:
a. de elektriciteit die geleverd wordt vanuit het distributiesysteem voor elektriciteit naar de woonfunctie; en
b. voor zover van toepassing: 1°. de elektriciteit die geleverd wordt vanuit de woonfunctie naar het distributiesysteem voor elektriciteit;
2°. de elektriciteit die opgewekt wordt door een technisch bouwsysteem binnen de woonfunctie of op het bouwwerkperceel;
3°. het gasverbruik door een technisch bouwsysteem binnen de woonfunctie; en
4°. het verbruik van aan de woonfunctie geleverde warmte.
1°. de elektriciteit die geleverd wordt vanuit de woonfunctie naar het distributiesysteem voor elektriciteit;
2°. de elektriciteit die opgewekt wordt door een technisch bouwsysteem binnen de woonfunctie of op het bouwwerkperceel;
3°. het gasverbruik door een technisch bouwsysteem binnen de woonfunctie; en
4°. het verbruik van aan de woonfunctie geleverde warmte.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, onder 1° tot en met 3°, worden op de energiemeter weergegeven als actuele waarden en als periodieke waarden op minimaal dag-, maand- en jaarbasis.
3. Als de energiemeter voor de gegevens, bedoeld in het eerste lid, gebruik maakt van een extern aangesloten elektronisch beeldscherm of een dongel:
a. is de energiemeter voorzien van een poortconnector die voldoet aan de eisen opgenomen in paragraaf 5.1 van de P1 Companion Standard; en
b. heeft het elektronisch beeldscherm of de dongel ten minste twee poort connectoren.
4. Een systeem voor ondersteuning energiegebruik technische bouwsystemen als bedoeld in artikel 4.160g van het Besluit bouwwerken leefomgeving heeft, in aanvulling op het eerste lid, leidingdoorvoeren tussen de meterkast van de woonfunctie en de opstelplaatsen van technische bouwsystemen.
a. de elektriciteit die geleverd wordt vanuit het distributiesysteem voor elektriciteit naar de woonfunctie; en
b. voor zover van toepassing: 1°. de elektriciteit die geleverd wordt vanuit de woonfunctie naar het distributiesysteem voor elektriciteit;
2°. de elektriciteit die opgewekt wordt door een technisch bouwsysteem binnen de woonfunctie of op het bouwwerkperceel;
3°. het gasverbruik door een technisch bouwsysteem binnen de woonfunctie; en
4°. het verbruik van aan de woonfunctie geleverde warmte.
1°. de elektriciteit die geleverd wordt vanuit de woonfunctie naar het distributiesysteem voor elektriciteit;
2°. de elektriciteit die opgewekt wordt door een technisch bouwsysteem binnen de woonfunctie of op het bouwwerkperceel;
3°. het gasverbruik door een technisch bouwsysteem binnen de woonfunctie; en
4°. het verbruik van aan de woonfunctie geleverde warmte.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, onder 1° tot en met 3°, worden op de energiemeter weergegeven als actuele waarden en als periodieke waarden op minimaal dag-, maand- en jaarbasis.
3. Als de energiemeter voor de gegevens, bedoeld in het eerste lid, gebruik maakt van een extern aangesloten elektronisch beeldscherm of een dongel:
a. is de energiemeter voorzien van een poortconnector die voldoet aan de eisen opgenomen in paragraaf 5.1 van de P1 Companion Standard; en
b. heeft het elektronisch beeldscherm of de dongel ten minste twee poort connectoren.
4. Een systeem voor ondersteuning energiegebruik technische bouwsystemen als bedoeld in artikel 4.160g van het Besluit bouwwerken leefomgeving heeft, in aanvulling op het eerste lid, leidingdoorvoeren tussen de meterkast van de woonfunctie en de opstelplaatsen van technische bouwsystemen.
- Citeren als
- Art. 5.32f
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0045528
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl