BWBR0045502
Geldig vanaf 13-08-2021
Artikel 1
Regeling van het Fonds Podiumkunsten voor meerjarig gesubsidieerde instellingen in het kader van de Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 29 juni 2021, nr. 28432356, tot wijziging van de Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19 in verband met een vierde aanvullend steunpakket
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
bestuur: de raad van bestuur van de stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten;
meerjarige instelling: instelling die subsidie verkrijgt op grond van de Deelregeling meerjarige productiesubsidies Fonds Podiumkunsten 2021–2024 of de Deelregeling meerjarige festivalsubsidies Fonds Podiumkunsten 2021–2024.
2. Onder eigen inkomsten worden in deze regeling de volgende baten, welke terug te vinden zijn in de jaarrekening aan de batenkant van de exploitatierekening, verstaan:
a. publieksinkomsten; en
b. overige inkomsten, zijnde: 1°. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
2°. indirecte opbrengsten; en
3°. overige bijdragen.
1°. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
2°. indirecte opbrengsten; en
3°. overige bijdragen.
3. Onder eigen inkomsten worden in elk geval niet begrepen de volgende baten:
a. subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan;
b. overige bijdragen uit publieke middelen;
c. rentebaten;
d. bijdragen in natura;
e. kapitalisatie van vrijwilligers;
f. waardering vrijkaarten; en
g. overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap.
bestuur: de raad van bestuur van de stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten;
meerjarige instelling: instelling die subsidie verkrijgt op grond van de Deelregeling meerjarige productiesubsidies Fonds Podiumkunsten 2021–2024 of de Deelregeling meerjarige festivalsubsidies Fonds Podiumkunsten 2021–2024.
2. Onder eigen inkomsten worden in deze regeling de volgende baten, welke terug te vinden zijn in de jaarrekening aan de batenkant van de exploitatierekening, verstaan:
a. publieksinkomsten; en
b. overige inkomsten, zijnde: 1°. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
2°. indirecte opbrengsten; en
3°. overige bijdragen.
1°. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
2°. indirecte opbrengsten; en
3°. overige bijdragen.
3. Onder eigen inkomsten worden in elk geval niet begrepen de volgende baten:
a. subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan;
b. overige bijdragen uit publieke middelen;
c. rentebaten;
d. bijdragen in natura;
e. kapitalisatie van vrijwilligers;
f. waardering vrijkaarten; en
g. overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap.
- Citeren als
- Art. 1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0045502
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl