BWBR0045483
Geldig vanaf 2021-07-30
Artikel 5
Mandaatbesluit Raad voor de Kinderbescherming 2021
1. De raadsmedewerkers zijn ten behoeve van de uitvoering van de aan de Raad voor de Kinderbescherming toevertrouwde (wettelijke) taken, in het kader van de uitoefening van hun functie bevoegd tot het voorbereiden en uitvoeren van onderzoek, het nemen van beslissingen aangaande te verrichten onderzoekshandelingen en de voorbereiding van daarop te baseren rapportages, beslissingen, adviezen en verzoeken.
2. De kernfunctionaris is bevoegd tot het namens de Raad voor de Kinderbescherming opstellen en ondertekenen van raadsrapportages en adviezen.
3. De bevoegdheid tot indiening van verzoeken aan rechterlijke autoriteiten wordt uitgeoefend door directieleden.
4. De coördinator taakstraffen is bevoegd om beslissingen te nemen in het kader van de begeleiding, de uitvoering, het coördineren en het rapporteren van taakstraffen.
2. De kernfunctionaris is bevoegd tot het namens de Raad voor de Kinderbescherming opstellen en ondertekenen van raadsrapportages en adviezen.
3. De bevoegdheid tot indiening van verzoeken aan rechterlijke autoriteiten wordt uitgeoefend door directieleden.
4. De coördinator taakstraffen is bevoegd om beslissingen te nemen in het kader van de begeleiding, de uitvoering, het coördineren en het rapporteren van taakstraffen.