BWBR0045480
Geldig vanaf 30-07-2021
Artikel 1
Derde aanvullende ondersteuningsmaatregel meerjarig gesubsidieerde instellingen Nederlands Letterenfonds Covid-19
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
bestuur: bestuur van het Letterenfonds;
Letterenfonds: Stichting Nederlands Letterenfonds;
reserves: vrij besteedbaar vermogen, behorend tot: a. de algemene reserve; en
b. het stichtingskapitaal.
a. de algemene reserve; en
b. het stichtingskapitaal.
lopende subsidie: subsidie verleend op grond van de Regeling vierjarige subsidies Nederlands Letterenfonds 2021–2024 of de Regeling tweejarige subsidies Nederlands Letterenfonds 2021–2024.
2. Onder eigen inkomsten worden in deze regeling de volgende baten, welke terug te vinden zijn in de jaarrekening aan de batenkant van de exploitatierekening, verstaan:
a. publieksinkomsten; en
b. overige inkomsten, zijnde: 1°. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
2°. indirecte opbrengsten; en
3°. overige bijdragen.
1°. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
2°. indirecte opbrengsten; en
3°. overige bijdragen.
3. Onder eigen inkomsten worden in elk geval niet begrepen de volgende baten:
a. subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan;
b. overige bijdragen uit publieke middelen;
c. rentebaten;
d. bijdragen in natura;
e. kapitalisatie van vrijwilligers;
f. waardering vrijkaarten; en
g. overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap.
bestuur: bestuur van het Letterenfonds;
Letterenfonds: Stichting Nederlands Letterenfonds;
reserves: vrij besteedbaar vermogen, behorend tot: a. de algemene reserve; en
b. het stichtingskapitaal.
a. de algemene reserve; en
b. het stichtingskapitaal.
lopende subsidie: subsidie verleend op grond van de Regeling vierjarige subsidies Nederlands Letterenfonds 2021–2024 of de Regeling tweejarige subsidies Nederlands Letterenfonds 2021–2024.
2. Onder eigen inkomsten worden in deze regeling de volgende baten, welke terug te vinden zijn in de jaarrekening aan de batenkant van de exploitatierekening, verstaan:
a. publieksinkomsten; en
b. overige inkomsten, zijnde: 1°. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
2°. indirecte opbrengsten; en
3°. overige bijdragen.
1°. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
2°. indirecte opbrengsten; en
3°. overige bijdragen.
3. Onder eigen inkomsten worden in elk geval niet begrepen de volgende baten:
a. subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan;
b. overige bijdragen uit publieke middelen;
c. rentebaten;
d. bijdragen in natura;
e. kapitalisatie van vrijwilligers;
f. waardering vrijkaarten; en
g. overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap.
- Citeren als
- Art. 1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0045480
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl