BWBR0045404
Geldig vanaf 2022-09-04
Artikel 2
Besluit aanwijzing Gezondheidsdienst voor Dieren B.V. voor uitvoering diergezondheidsmonitoring
Gezondheidsdienst voor Dieren B.V. wordt voor de periode 21 april 2021 tot en met 21 april 2026 aangewezen als instelling met een laboratorium als bedoeld in artikel 3.1. van het Besluit diergezondheidvoor het verrichten van de volgende monitoringsprogramma’s:
a. de basismonitoring;
b. de monitoring op hoog en laag pathogene vogelgriep bij pluimvee, bedoeld in bijlage II, deel I, van verordening (EU) nr. 2020/689;
c. de monitoring op de ziekte brucellose bij runderen, bedoeld in bijlage IV, deel I, hoofdstuk 3, afdeling 2, onder 1, van verordening (EU) nr. 2020/689;
d. de monitoring op brucellose bij schapen en geiten, bedoeld in bijlage IV, deel I, hoofdstuk 4, afdeling 2, onder 1, van verordening (EU) nr. 2020/689;
e. de monitoring op de ziekte enzoötische bovine leucose bij runderen, bedoeld in bijlage IV, deel III, hoofdstuk 2, afdeling 2, van verordening (EU) nr. 2020/689;
f. de monitoring op de ziekte blauwtong bij runderen, bedoeld in bijlage V, deel II, hoofdstuk 1, afdelingen 1 tot en met 4, en hoofdstuk 4 van verordening (EU) nr. 2020/689;
g. de monitoring op mycoplasma bij pluimvee en niet-zoönotische salmonella bij pluimvee en op broederijen, bedoeld in bijlage II van verordening (EU) nr. 2019/2035 en de artikelen 7b.22 en 7b.27 van de Regeling houders van dieren;
h. de monitoring op Q-koorts bij schapen en geiten, bedoeld in artikel 2.76ig van het Besluit houders van dieren;
i. de monitoring op de vaccinatie tegen Newcastle disease, bedoeld in artikel 7b.29 van de Regeling houders van dieren en indien van toepassing de artikelen 7b.31 tot en met 7b.35 van die regeling;
j. de monitoring op hoogpathogene vogelgriep op eendenbedrijven;
k. de monitoring op hoogpathogene vogelgriep op pluimveebedrijven gelegen binnen een door de Minister van LNV aangewezen zone rondom een met hoogpathogene vogelgriep besmette locatie; en
l. de monitoring op hoogpathogene vogelgriep bij gevaccineerd pluimvee, bedoeld in bijlage XIII, deel 5, van verordening (EU) nr. 2023/361.
a. de basismonitoring;
b. de monitoring op hoog en laag pathogene vogelgriep bij pluimvee, bedoeld in bijlage II, deel I, van verordening (EU) nr. 2020/689;
c. de monitoring op de ziekte brucellose bij runderen, bedoeld in bijlage IV, deel I, hoofdstuk 3, afdeling 2, onder 1, van verordening (EU) nr. 2020/689;
d. de monitoring op brucellose bij schapen en geiten, bedoeld in bijlage IV, deel I, hoofdstuk 4, afdeling 2, onder 1, van verordening (EU) nr. 2020/689;
e. de monitoring op de ziekte enzoötische bovine leucose bij runderen, bedoeld in bijlage IV, deel III, hoofdstuk 2, afdeling 2, van verordening (EU) nr. 2020/689;
f. de monitoring op de ziekte blauwtong bij runderen, bedoeld in bijlage V, deel II, hoofdstuk 1, afdelingen 1 tot en met 4, en hoofdstuk 4 van verordening (EU) nr. 2020/689;
g. de monitoring op mycoplasma bij pluimvee en niet-zoönotische salmonella bij pluimvee en op broederijen, bedoeld in bijlage II van verordening (EU) nr. 2019/2035 en de artikelen 7b.22 en 7b.27 van de Regeling houders van dieren;
h. de monitoring op Q-koorts bij schapen en geiten, bedoeld in artikel 2.76ig van het Besluit houders van dieren;
i. de monitoring op de vaccinatie tegen Newcastle disease, bedoeld in artikel 7b.29 van de Regeling houders van dieren en indien van toepassing de artikelen 7b.31 tot en met 7b.35 van die regeling;
j. de monitoring op hoogpathogene vogelgriep op eendenbedrijven;
k. de monitoring op hoogpathogene vogelgriep op pluimveebedrijven gelegen binnen een door de Minister van LNV aangewezen zone rondom een met hoogpathogene vogelgriep besmette locatie; en
l. de monitoring op hoogpathogene vogelgriep bij gevaccineerd pluimvee, bedoeld in bijlage XIII, deel 5, van verordening (EU) nr. 2023/361.