BWBR0045396
Geldig vanaf 2021-07-15
Artikel 5
Instellingsregeling Oudercommissie Kinderopvangtoeslag
1. De commissie bestaat uit gedupeerde aanvragers van een kinderopvangtoeslag of hun partners en heeft een voorzitter. De commissie bestaat uit ten minste acht en ten hoogste vijftien leden.
2. De voorzitter en de leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.
3. De voorzitter en de leden worden door de minister benoemd. De benoeming geschiedt voor de duur van ten hoogste twee jaren, welke termijn eenmaal verlengd kan worden met ten hoogste twee jaren.
4. De voorzitter en de leden worden op eigen verzoek door de minister ontheven van het lidmaatschap van de commissie. Voorts kunnen zij wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de minister.
5. Bij vertrek van de voorzitter benoemt de minister een andere voorzitter.
6. Bij vertrek van een lid kan de minister een ander lid benoemen.
7. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.
2. De voorzitter en de leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.
3. De voorzitter en de leden worden door de minister benoemd. De benoeming geschiedt voor de duur van ten hoogste twee jaren, welke termijn eenmaal verlengd kan worden met ten hoogste twee jaren.
4. De voorzitter en de leden worden op eigen verzoek door de minister ontheven van het lidmaatschap van de commissie. Voorts kunnen zij wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de minister.
5. Bij vertrek van de voorzitter benoemt de minister een andere voorzitter.
6. Bij vertrek van een lid kan de minister een ander lid benoemen.
7. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.