BWBR0045293
Geldig vanaf 2021-09-06
Artikel 2
Tijdelijk besluit mandaat, volmacht en machtiging IMG vastgelopen situaties
1. Aan het Instituut wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. het, indien dit naar het oordeel van het Instituut aangewezen is, nemen en uitvoeren van besluiten ten behoeve van het met behulp van redelijke maatregelen bieden van een maatwerkoplossing in een vastgelopen situatie;
b. het nemen van beslissingen op bezwaar tegen die besluiten;
c. het voeren van verweer in beroepsprocedures tegen de beslissingen op bezwaar;
d. het voeren van hoger beroepsprocedures tegen uitspraken van de rechtbank;
e. het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en overige handelingen op het gebied van de Wet openbaarheid van bestuur, de Algemene verordening gegevensbescherming en de Wet hergebruik overheidsinformatie;
f. de afhandeling van interne klachten; en
g. de afhandeling van verzoeken van de Nationale ombudsman, als bedoeld in artikel 2, van de Wet Nationale ombudsman.
2. Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven kan het Instituut, ten einde onbillijkheden van overwegende aard te voorkomen, in afwijking van het eerste lid ook buiten de in artikel 1, in de begripsomschrijving van ‘vastgelopen situatie’, genoemde gebieden met behulp van redelijke maatregelen een maatwerkoplossing bieden in een vastgelopen situatie.
3. Het Instituut verzoekt een door de minister en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties benoemde onafhankelijk adviseur om advies over het met behulp van redelijke maatregelen bieden van maatwerkoplossingen in vastgelopen situaties. Het Instituut voorziet in de ondersteuning van de onafhankelijk adviseur.
4. De minister stelt een bedrag vast dat het Instituut ten hoogste ter beschikking staat ten behoeve van het met behulp van redelijke maatregelen bieden van maatwerkoplossingen in vastgelopen situaties.
a. het, indien dit naar het oordeel van het Instituut aangewezen is, nemen en uitvoeren van besluiten ten behoeve van het met behulp van redelijke maatregelen bieden van een maatwerkoplossing in een vastgelopen situatie;
b. het nemen van beslissingen op bezwaar tegen die besluiten;
c. het voeren van verweer in beroepsprocedures tegen de beslissingen op bezwaar;
d. het voeren van hoger beroepsprocedures tegen uitspraken van de rechtbank;
e. het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en overige handelingen op het gebied van de Wet openbaarheid van bestuur, de Algemene verordening gegevensbescherming en de Wet hergebruik overheidsinformatie;
f. de afhandeling van interne klachten; en
g. de afhandeling van verzoeken van de Nationale ombudsman, als bedoeld in artikel 2, van de Wet Nationale ombudsman.
2. Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven kan het Instituut, ten einde onbillijkheden van overwegende aard te voorkomen, in afwijking van het eerste lid ook buiten de in artikel 1, in de begripsomschrijving van ‘vastgelopen situatie’, genoemde gebieden met behulp van redelijke maatregelen een maatwerkoplossing bieden in een vastgelopen situatie.
3. Het Instituut verzoekt een door de minister en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties benoemde onafhankelijk adviseur om advies over het met behulp van redelijke maatregelen bieden van maatwerkoplossingen in vastgelopen situaties. Het Instituut voorziet in de ondersteuning van de onafhankelijk adviseur.
4. De minister stelt een bedrag vast dat het Instituut ten hoogste ter beschikking staat ten behoeve van het met behulp van redelijke maatregelen bieden van maatwerkoplossingen in vastgelopen situaties.