BWBR0045143
Geldig vanaf 2021-02-05
Artikel 6
Protocol inzake de Versterking grenstoezicht in de Caribische landen van het Koninkrijk van 05-02-2021
1. De rechtspositionele verantwoordelijkheid voor de Koninklijke Marechaussee berust bij de Commandant van de Koninklijke Marechaussee.
2. De rechtspositionele verantwoordelijkheid voor de Douane Nederland berust bij de Directeur-Generaal Douane Nederland.
3. De rechtspositionele verantwoordelijkheid voor de Kustwacht voor het Koninkrijk der Nederlanden in het Caribisch gebied berust -conform de Rijkswet Kustwacht- bij de ministers van Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten die bij de taakuitoefening van de Kustwacht betrokken zijn. De directeur van de Kustwacht is belast met de algehele leiding van de Kustwacht. Deze functie wordt vervuld door de Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied.
2. De rechtspositionele verantwoordelijkheid voor de Douane Nederland berust bij de Directeur-Generaal Douane Nederland.
3. De rechtspositionele verantwoordelijkheid voor de Kustwacht voor het Koninkrijk der Nederlanden in het Caribisch gebied berust -conform de Rijkswet Kustwacht- bij de ministers van Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten die bij de taakuitoefening van de Kustwacht betrokken zijn. De directeur van de Kustwacht is belast met de algehele leiding van de Kustwacht. Deze functie wordt vervuld door de Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied.