BWBR0045140
Geldig vanaf 2021-05-25
Artikel 6
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar BOA CAT 2021-015
De buitengewoon opsporingsambtenaar kan de in artikel 7, eerste, derde en vierde lid (vervoersfouillering) van de Politiewet 2012omschreven bevoegdheden met gebruikmaking van het vrijheidsbeperkend middel handboeien en het geweldsmiddel de korte wapenstok.
De gebruikmaking van het geweldsmiddel korte wapenstok wordt toegekend tot 25 mei 2026, onder de randvoorwaarden zoals gesteld op basis van artikel 29 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaarin de adviezen van de toezichthouders. Hiertoe vindt op basis van artikel 40en 41 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaarregulier overleg plaats.
De gebruikmaking van het geweldsmiddel korte wapenstok wordt toegekend tot 25 mei 2026, onder de randvoorwaarden zoals gesteld op basis van artikel 29 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaarin de adviezen van de toezichthouders. Hiertoe vindt op basis van artikel 40en 41 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaarregulier overleg plaats.