BWBR0045133
Geldig vanaf 2021-03-18
Artikel 35
Organisatiebesluit VWS 2021
De baten-lastendienst Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu staat onder leiding van een Directeur-Generaal (DG). De Chief Financial Officer (CFO) is tevens plaatsvervangend Directeur-Generaal (pDG) en is verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering.
1. Onder de DG ressorteren: a. de CFO;
b. de directeur Volksgezondheid en Zorg;
c. de directeur Centrum Infectieziektebestrijding;
d. de directeur Milieu en Veiligheid.
a. de CFO;
b. de directeur Volksgezondheid en Zorg;
c. de directeur Centrum Infectieziektebestrijding;
d. de directeur Milieu en Veiligheid.
2. Onder de pDG ressorteren: a. de stafeenheid Bureau Directieraad;
b. de stafeenheid Communicatie en Documentaire Informatievoorziening;
c. de stafeenheid Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel;
d. de stafeenheid Finance, Compliance en Control;
e. door verlettering vervallen;
f. het Shared Service Centrum Campus;
f. het Projectbureau Nieuwe Huisvesting RIVM.
a. de stafeenheid Bureau Directieraad;
b. de stafeenheid Communicatie en Documentaire Informatievoorziening;
c. de stafeenheid Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel;
d. de stafeenheid Finance, Compliance en Control;
e. door verlettering vervallen;
f. het Shared Service Centrum Campus;
f. het Projectbureau Nieuwe Huisvesting RIVM.
3. Onder de directeur Volksgezondheid en Zorg ressorteren de volgende onderdelen: a. Centrum Gezondheid en Maatschappij;
b. Centrum Gezondheidsbescherming;
c. Centrum Voeding, Preventie en Zorg;
d. Centrum voor Bevolkingsonderzoek.
a. Centrum Gezondheid en Maatschappij;
b. Centrum Gezondheidsbescherming;
c. Centrum Voeding, Preventie en Zorg;
d. Centrum voor Bevolkingsonderzoek.
4. Onder de directeur Centrum Infectieziektebestrijding ressorteren de volgende onderdelen: a. Centrum Epidemiologie en Surveillance van Infectieziekten;
b. Centrum Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding;
c. Centrum Infectieziekteonderzoek, Diagnostiek en Laboratorium Surveillance;
d. Centrum Zoönosen en Omgevingsmicrobiologie;
e. Centrum Immunologie van Infectieziekten en Vaccins.
a. Centrum Epidemiologie en Surveillance van Infectieziekten;
b. Centrum Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding;
c. Centrum Infectieziekteonderzoek, Diagnostiek en Laboratorium Surveillance;
d. Centrum Zoönosen en Omgevingsmicrobiologie;
e. Centrum Immunologie van Infectieziekten en Vaccins.
5. Onder de directeur Milieu en Veiligheid ressorteren de volgende onderdelen: a. Centrum Veiligheid van Stoffen en Producten;
b. Centrum Duurzaamheid, Milieu en Gezondheid;
c. Centrum Milieukwaliteit;
d. Centrum Veiligheid.
a. Centrum Veiligheid van Stoffen en Producten;
b. Centrum Duurzaamheid, Milieu en Gezondheid;
c. Centrum Milieukwaliteit;
d. Centrum Veiligheid.
1. Onder de DG ressorteren: a. de CFO;
b. de directeur Volksgezondheid en Zorg;
c. de directeur Centrum Infectieziektebestrijding;
d. de directeur Milieu en Veiligheid.
a. de CFO;
b. de directeur Volksgezondheid en Zorg;
c. de directeur Centrum Infectieziektebestrijding;
d. de directeur Milieu en Veiligheid.
2. Onder de pDG ressorteren: a. de stafeenheid Bureau Directieraad;
b. de stafeenheid Communicatie en Documentaire Informatievoorziening;
c. de stafeenheid Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel;
d. de stafeenheid Finance, Compliance en Control;
e. door verlettering vervallen;
f. het Shared Service Centrum Campus;
f. het Projectbureau Nieuwe Huisvesting RIVM.
a. de stafeenheid Bureau Directieraad;
b. de stafeenheid Communicatie en Documentaire Informatievoorziening;
c. de stafeenheid Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel;
d. de stafeenheid Finance, Compliance en Control;
e. door verlettering vervallen;
f. het Shared Service Centrum Campus;
f. het Projectbureau Nieuwe Huisvesting RIVM.
3. Onder de directeur Volksgezondheid en Zorg ressorteren de volgende onderdelen: a. Centrum Gezondheid en Maatschappij;
b. Centrum Gezondheidsbescherming;
c. Centrum Voeding, Preventie en Zorg;
d. Centrum voor Bevolkingsonderzoek.
a. Centrum Gezondheid en Maatschappij;
b. Centrum Gezondheidsbescherming;
c. Centrum Voeding, Preventie en Zorg;
d. Centrum voor Bevolkingsonderzoek.
4. Onder de directeur Centrum Infectieziektebestrijding ressorteren de volgende onderdelen: a. Centrum Epidemiologie en Surveillance van Infectieziekten;
b. Centrum Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding;
c. Centrum Infectieziekteonderzoek, Diagnostiek en Laboratorium Surveillance;
d. Centrum Zoönosen en Omgevingsmicrobiologie;
e. Centrum Immunologie van Infectieziekten en Vaccins.
a. Centrum Epidemiologie en Surveillance van Infectieziekten;
b. Centrum Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding;
c. Centrum Infectieziekteonderzoek, Diagnostiek en Laboratorium Surveillance;
d. Centrum Zoönosen en Omgevingsmicrobiologie;
e. Centrum Immunologie van Infectieziekten en Vaccins.
5. Onder de directeur Milieu en Veiligheid ressorteren de volgende onderdelen: a. Centrum Veiligheid van Stoffen en Producten;
b. Centrum Duurzaamheid, Milieu en Gezondheid;
c. Centrum Milieukwaliteit;
d. Centrum Veiligheid.
a. Centrum Veiligheid van Stoffen en Producten;
b. Centrum Duurzaamheid, Milieu en Gezondheid;
c. Centrum Milieukwaliteit;
d. Centrum Veiligheid.