BWBR0045083
Geldig vanaf 2021-05-01
Artikel 2
Instellingsbesluit commissie georganiseerd sadistisch misbruik van minderjarigen
1. Er is een Tijdelijke Onderzoekscommissie Georganiseerd Sadistisch Misbruik van Minderjarigen.
2. De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 april 2021 en wordt opgeheven vier weken nadat het rapport is uitgebracht, behoudens voor zover de commissie nog wordt verzocht toelichting te geven op het rapport.
3. De commissie heeft tot taak:
a. aan de minister te rapporteren over de beschikbare informatie omtrent het fenomeen van georganiseerd sadistisch misbruik van minderjarigen in Nederland door gebruik te maken van zoveel mogelijk bronnen (inclusief slachtoffers, therapeuten, wetenschappelijke bronnen en deskundigen op dit specifieke terrein) en op basis van de bevindingen een advies te geven aan de opsporing.
b. de minister, naar aanleiding van de moties Van den Berge c.s. en Van Nispen c.s. te adviseren over het instellen van een meldpunt en de werking ervan;
c. voor aanvang van haar veldwerkzaamheden de minister te informeren over haar plan van aanpak.
2. De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 april 2021 en wordt opgeheven vier weken nadat het rapport is uitgebracht, behoudens voor zover de commissie nog wordt verzocht toelichting te geven op het rapport.
3. De commissie heeft tot taak:
a. aan de minister te rapporteren over de beschikbare informatie omtrent het fenomeen van georganiseerd sadistisch misbruik van minderjarigen in Nederland door gebruik te maken van zoveel mogelijk bronnen (inclusief slachtoffers, therapeuten, wetenschappelijke bronnen en deskundigen op dit specifieke terrein) en op basis van de bevindingen een advies te geven aan de opsporing.
b. de minister, naar aanleiding van de moties Van den Berge c.s. en Van Nispen c.s. te adviseren over het instellen van een meldpunt en de werking ervan;
c. voor aanvang van haar veldwerkzaamheden de minister te informeren over haar plan van aanpak.