BWBR0045066
Geldig vanaf 2021-04-23
Artikel 2
Regeling specifieke uitkering Programma Natuur
1. De minister kan een eenmalige specifieke uitkering voor uitvoeringsactiviteiten verstrekken aan een provincie.
2. Er wordt per provincie één specifieke uitkering verstrekt.
3. De specifieke uitkering wordt verstrekt voor de kosten, inclusief de apparaatskosten, die zijn gemaakt voor de uitvoeringsactiviteiten in de periode 1 januari 2021 tot en met 31 december 2026, en waarvoor bestuurlijke verplichtingen zijn aangegaan in de periode 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025.
4. De apparaatskosten zijn inclusief die apparaatskosten, die in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2026 worden gemaakt voor de regievoering van voorbereiding en uitvoering van uitvoeringsactiviteiten in de periode 1 januari 2024 tot en met 31 december 2030.
5. De apparaatskosten maken voor ten hoogste 15 procent onderdeel uit van de specifieke uitkering over de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2023.
2. Er wordt per provincie één specifieke uitkering verstrekt.
3. De specifieke uitkering wordt verstrekt voor de kosten, inclusief de apparaatskosten, die zijn gemaakt voor de uitvoeringsactiviteiten in de periode 1 januari 2021 tot en met 31 december 2026, en waarvoor bestuurlijke verplichtingen zijn aangegaan in de periode 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025.
4. De apparaatskosten zijn inclusief die apparaatskosten, die in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2026 worden gemaakt voor de regievoering van voorbereiding en uitvoering van uitvoeringsactiviteiten in de periode 1 januari 2024 tot en met 31 december 2030.
5. De apparaatskosten maken voor ten hoogste 15 procent onderdeel uit van de specifieke uitkering over de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2023.