BWBR0045060
Geldig vanaf 2022-12-22
Artikel 3
Instellingsbesluit Restitutiecommissie
1. De Restitutiecommissie bestaat uit ten hoogste zeven leden, waaronder een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.
2. De leden zijn niet werkzaam bij het ministerie en zijn ook overigens niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van de minister.
3. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter bezitten de hoedanigheid van meester in de rechten.
4. Ten minste een lid van de Restitutiecommissie bezit een zodanige historische deskundigheid over de Tweede Wereldoorlog dat hij een wezenlijke bijdrage aan de werkzaamheden van de Restitutiecommissie kan leveren.
5. Ten minste een lid van de Restitutiecommissie bezit een zodanige kunsthistorische of museale deskundigheid dat hij een wezenlijke bijdrage aan de werkzaamheden van de Restitutiecommissie kan leveren.
6. De minister benoemt de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de andere leden voor ten hoogste vier jaar. Zij kunnen eenmaal voor een periode van ten hoogste vier jaar worden herbenoemd.
2. De leden zijn niet werkzaam bij het ministerie en zijn ook overigens niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van de minister.
3. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter bezitten de hoedanigheid van meester in de rechten.
4. Ten minste een lid van de Restitutiecommissie bezit een zodanige historische deskundigheid over de Tweede Wereldoorlog dat hij een wezenlijke bijdrage aan de werkzaamheden van de Restitutiecommissie kan leveren.
5. Ten minste een lid van de Restitutiecommissie bezit een zodanige kunsthistorische of museale deskundigheid dat hij een wezenlijke bijdrage aan de werkzaamheden van de Restitutiecommissie kan leveren.
6. De minister benoemt de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de andere leden voor ten hoogste vier jaar. Zij kunnen eenmaal voor een periode van ten hoogste vier jaar worden herbenoemd.