BWBR0045034
Geldig vanaf 2021-05-01
Artikel 10
Subsidieregeling pilot doorlopende begeleiding startende leraren 2021
1. Een opleidingsschool ontwikkelt en organiseert een doorlopende lijn van vraaggerichte begeleiding voor startende leraren die goed aansluit op de opleiding of route die de startende leraren hebben gevolgd.
2. De penvoerder draagt er zorg voor dat het bevoegd gezag van de school waar de startende leraren werkzaam zijn tijd vrij maakt binnen de aanstelling van de startende leraren om deel te kunnen nemen aan de begeleidingsactiviteiten en deze voor te kunnen bereiden.
3. De penvoerder stelt een mentor en intervisiecoach beschikbaar om de startende leraren te begeleiden en deze begeleiding voor te kunnen bereiden.
4. De penvoerder draagt er zorg voor dat er tenminste 30 startende leraren, waaronder zowel voormalige zij-instromers in het beroep als voormalig (academische) studenten, deelnemen aan de begeleidingsactiviteiten. Deze startende leraren dienen gedurende de eerste drie jaar begeleiding te ontvangen.
5. De opleidingsschool werkt samen met de klankbordgroep en werkt mee aan het evaluatieonderzoek dat wordt uitgevoerd naar de pilot, zodat de opgedane kennis breed gedeeld kan worden in het scholenveld.
6. In aanvulling op artikel 5.2 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWShoudt de subsidieontvanger een administratie bij:
a. waarin inzichtelijk en controleerbaar het aantal startende leraren dat deelneemt aan de pilot in een schooljaar wordt geregistreerd;
b. die zodanig is opgezet dat deze voldoende waarborgen biedt voor correcte en adequate rapportages.
2. De penvoerder draagt er zorg voor dat het bevoegd gezag van de school waar de startende leraren werkzaam zijn tijd vrij maakt binnen de aanstelling van de startende leraren om deel te kunnen nemen aan de begeleidingsactiviteiten en deze voor te kunnen bereiden.
3. De penvoerder stelt een mentor en intervisiecoach beschikbaar om de startende leraren te begeleiden en deze begeleiding voor te kunnen bereiden.
4. De penvoerder draagt er zorg voor dat er tenminste 30 startende leraren, waaronder zowel voormalige zij-instromers in het beroep als voormalig (academische) studenten, deelnemen aan de begeleidingsactiviteiten. Deze startende leraren dienen gedurende de eerste drie jaar begeleiding te ontvangen.
5. De opleidingsschool werkt samen met de klankbordgroep en werkt mee aan het evaluatieonderzoek dat wordt uitgevoerd naar de pilot, zodat de opgedane kennis breed gedeeld kan worden in het scholenveld.
6. In aanvulling op artikel 5.2 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWShoudt de subsidieontvanger een administratie bij:
a. waarin inzichtelijk en controleerbaar het aantal startende leraren dat deelneemt aan de pilot in een schooljaar wordt geregistreerd;
b. die zodanig is opgezet dat deze voldoende waarborgen biedt voor correcte en adequate rapportages.