BWBR0045033
Geldig vanaf 10-04-2021
Artikel 2
Bestuursreglement van het College sanering zorginstellingen 2020
1. De RvB bestuurt de organisatie van het College sanering.
2. De minister benoemt de voorzitter voor een periode van ten hoogste vier jaar.1De minister is vacaturehouder voor de functie ‘voorzitter van de RvB’.
De voorzitter kan eenmaal worden herbenoemd voor de periode van ten hoogste vier jaar.
3. De minister benoemt de leden voor een periode van ten hoogste vier jaar op voordracht van de RvB.2De voorzitter van de RvB is vacaturehouder voor de functie ‘lid van de RvB’.
De leden kunnen eenmaal worden herbenoemd voor de periode van ten hoogste vier jaar.
4. De voorzitter benoemt een plaatsvervangend voorzitter uit de kring van leden.
De plaatsvervangend voorzitter treedt in alle bevoegdheden van de voorzitter als hij de voorzitter vervangt.
5. De minister stelt de bezoldiging of de schadeloosstelling van de voorzitter en de leden vast.
6. De leden hebben of aanvaarden geen nevenfuncties die ongewenst zijn met het oog op de goede vervulling van hun functie, taken en verantwoordelijkheden die zij in de RvB hebben.
De RvB meldt het voornemen van een lid tot het aanvaarden van en nevenfunctie aan de minister.
De RvB legt de nevenfuncties van zijn leden ter inzage voor het publiek door middel van openbaarmaking op de website van het College sanering.
7. De voorzitter benoemt een secretaris. De secretaris maakt deel uit van het personeel van het College sanering.
2. De minister benoemt de voorzitter voor een periode van ten hoogste vier jaar.1De minister is vacaturehouder voor de functie ‘voorzitter van de RvB’.
De voorzitter kan eenmaal worden herbenoemd voor de periode van ten hoogste vier jaar.
3. De minister benoemt de leden voor een periode van ten hoogste vier jaar op voordracht van de RvB.2De voorzitter van de RvB is vacaturehouder voor de functie ‘lid van de RvB’.
De leden kunnen eenmaal worden herbenoemd voor de periode van ten hoogste vier jaar.
4. De voorzitter benoemt een plaatsvervangend voorzitter uit de kring van leden.
De plaatsvervangend voorzitter treedt in alle bevoegdheden van de voorzitter als hij de voorzitter vervangt.
5. De minister stelt de bezoldiging of de schadeloosstelling van de voorzitter en de leden vast.
6. De leden hebben of aanvaarden geen nevenfuncties die ongewenst zijn met het oog op de goede vervulling van hun functie, taken en verantwoordelijkheden die zij in de RvB hebben.
De RvB meldt het voornemen van een lid tot het aanvaarden van en nevenfunctie aan de minister.
De RvB legt de nevenfuncties van zijn leden ter inzage voor het publiek door middel van openbaarmaking op de website van het College sanering.
7. De voorzitter benoemt een secretaris. De secretaris maakt deel uit van het personeel van het College sanering.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0045033
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl