Artikel 1
In deze wet wordt verstaan onder:
a. Nederlandse Gebarentaal: de visueel-manuele taal die gebruikt wordt door gebarentaligen in Nederland;
b. gebarentaligen: personen die de Nederlandse Gebarentaal machtig zijn;
c. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
a. Nederlandse Gebarentaal: de visueel-manuele taal die gebruikt wordt door gebarentaligen in Nederland;
b. gebarentaligen: personen die de Nederlandse Gebarentaal machtig zijn;
c. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.