BWBR0044995
Geldig vanaf 2021-04-01
Artikel 5
Besluit doorberekening kosten College van Toezicht
1. Indien Onze Minister de bijdrage die een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie is verschuldigd, niet langer bij hem in rekening kan brengen als gevolg van een fusie van die collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie als bedoeld in artikel 309 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, brengt Onze Minister de bijdrage in rekening bij de rechtspersoon die bij die fusie het vermogen van die collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie heeft verkregen.
2. Indien Onze Minister de bijdrage die een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie is verschuldigd, niet langer bij hem in rekening kan brengen als gevolg van een zuivere splitsing van die collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie als bedoeld in artikel 334a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, brengt Onze Minister de bijdrage in rekening bij de rechtspersonen die bij die zuivere splitsing het vermogen van die collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie hebben verkregen.
3. Indien een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie de werkzaamheden ten aanzien van de inning en verdeling van vergoedingen heeft beëindigd en een andere rechtspersoon de werkzaamheden van die collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie voortzet, anders dan na een fusie of zuivere splitsing, brengt Onze Minister de bijdrage in rekening bij de rechtspersoon die de werkzaamheden van die collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie voortzet.
4. Een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie die in de loop van een jaar zijn werkzaamheden ten aanzien van de inning en verdeling van vergoedingen heeft beëindigd, draagt vanaf het daarop volgende jaar niet bij aan de op grond van artikel 2in rekening te brengen kosten.
5. Een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie die na 1 juli van een jaar onder toezicht van het College van Toezicht komt te staan draagt vanaf het daarop volgende jaar bij aan de op grond van artikel 2in rekening te brengen kosten.
2. Indien Onze Minister de bijdrage die een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie is verschuldigd, niet langer bij hem in rekening kan brengen als gevolg van een zuivere splitsing van die collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie als bedoeld in artikel 334a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, brengt Onze Minister de bijdrage in rekening bij de rechtspersonen die bij die zuivere splitsing het vermogen van die collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie hebben verkregen.
3. Indien een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie de werkzaamheden ten aanzien van de inning en verdeling van vergoedingen heeft beëindigd en een andere rechtspersoon de werkzaamheden van die collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie voortzet, anders dan na een fusie of zuivere splitsing, brengt Onze Minister de bijdrage in rekening bij de rechtspersoon die de werkzaamheden van die collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie voortzet.
4. Een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie die in de loop van een jaar zijn werkzaamheden ten aanzien van de inning en verdeling van vergoedingen heeft beëindigd, draagt vanaf het daarop volgende jaar niet bij aan de op grond van artikel 2in rekening te brengen kosten.
5. Een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie die na 1 juli van een jaar onder toezicht van het College van Toezicht komt te staan draagt vanaf het daarop volgende jaar bij aan de op grond van artikel 2in rekening te brengen kosten.