BWBR0044994
Geldig vanaf 2021-04-01
Artikel 3
Tijdelijke beleidsregel bedrijvenschade coronarellen
1. Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf 9.00 uur op de dag van de inwerkingtreding van deze beleidsregel tot 14 juni 2021 om 17.00 uur. Aanvragen die na laatstgenoemde datum worden ontvangen, worden niet meer in behandeling genomen.
2. Indien de ondernemer tijdens de coronarellen verzekerd was voor de schade, kan hij pas een aanvraag op grond van de onderhavige beleidsregel indienen nadat hij zijn claim bij zijn verzekeraar heeft ingediend. Bij de aanvraag worden alle relevante stukken met betrekking tot de afwikkeling van de verzekeringsclaim overgelegd. Dat zijn in elk geval de stukken die in het vijfde lid, onder h, van deze bepaling worden genoemd. Indien deze stukken ten tijde van de aanvraag nog niet beschikbaar zijn, worden deze zo spoedig mogelijk door de aanvrager nagezonden. Op de aanvraag wordt pas beslist nadat het expertiserapport of schadeopgave en de beslissing van de verzekeringsmaatschappij op de ingediende claim zijn overgelegd.
3. Indien de ondernemer tijdens de coronarellen niet verzekerd was voor de schade vermeldt hij dit bij de aanvraag en verleent hij voorts alle medewerking aan het onderzoeken en vaststellen van de schade. Daartoe kan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland een schade-expert inschakelen om de omvang van de schade te taxeren.
4. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het daartoe door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland beschikbaar gestelde elektronische aanvraagformulier.
5. De aanvraag omvat in elk geval:
a) gegevens over de onderneming, waaronder het nummer waarmee de onderneming geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel, het post- en bezoekadres,
b) gegevens betreffende de contactpersoon bij de onderneming, de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres,
c) de datum van de aanvraag,
d) de stukken waaruit blijkt dat degene die de aanvraag ondertekent, bevoegd is om de ondernemer te vertegenwoordigen,
e) de datum en het tijdstip waarop de schade is ontstaan dan wel een inschatting daarvan,
f) een omschrijving van de vermoedelijke oorzaak van de schade,
g) een beschrijving van de aard en omvang van de schade,
h) indien van toepassing de gegevens met betrekking tot de verzekering waaronder de datum van de melding van de schade bij de verzekeraar, de verzekeringspolis met bijbehorende voorwaarden, het door de verzekeraar opgemaakte schaderapport of de schadeopgave, het bewijs van uitkering door de verzekeraar en de naam van de contactpersoon bij de verzekeraar,
i) indien van toepassing verklaring en bewijsstukken met betrekking tot andere ontvangen bedragen die bedoeld zijn te voorzien in de geleden schade,
j) een verklaring van de aanvrager van overdracht aan de Staat van de vordering tot vergoeding van schade van de aanvrager op de aansprakelijke persoon of personen ter zake van de schade waarvoor tegemoetkoming wordt aangevraagd,
k) het rekeningnummer waarop het bedrag aan tegemoetkoming kan worden gestort, en
l) een verklaring de-minimissteun.
6. Indien een aanvraag niet volledig is, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld deze aan te vullen. Hieronder wordt mede verstaan de situatie waarin de ondernemer geen door een verzekeraar opgemaakt schaderapport kan overleggen en RVO daartoe een schade-expert heeft aangewezen. Op grond van artikel 4:15, van de Algemene wet bestuursrechtwordt de beslistermijn opgeschort totdat de aanvraag volledig is.
7. De aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als deze een verklaring van de ondernemer bevat van overdracht aan de Staat van de vordering tot vergoeding van schade op de aansprakelijke persoon of personen waarvoor tegemoetkoming wordt aangevraagd. De noodzakelijke persoonsgegevens van de aanvrager worden door de Staat verwerkt om uitvoering te geven aan hetgeen in de verklaring is opgenomen.
2. Indien de ondernemer tijdens de coronarellen verzekerd was voor de schade, kan hij pas een aanvraag op grond van de onderhavige beleidsregel indienen nadat hij zijn claim bij zijn verzekeraar heeft ingediend. Bij de aanvraag worden alle relevante stukken met betrekking tot de afwikkeling van de verzekeringsclaim overgelegd. Dat zijn in elk geval de stukken die in het vijfde lid, onder h, van deze bepaling worden genoemd. Indien deze stukken ten tijde van de aanvraag nog niet beschikbaar zijn, worden deze zo spoedig mogelijk door de aanvrager nagezonden. Op de aanvraag wordt pas beslist nadat het expertiserapport of schadeopgave en de beslissing van de verzekeringsmaatschappij op de ingediende claim zijn overgelegd.
3. Indien de ondernemer tijdens de coronarellen niet verzekerd was voor de schade vermeldt hij dit bij de aanvraag en verleent hij voorts alle medewerking aan het onderzoeken en vaststellen van de schade. Daartoe kan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland een schade-expert inschakelen om de omvang van de schade te taxeren.
4. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het daartoe door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland beschikbaar gestelde elektronische aanvraagformulier.
5. De aanvraag omvat in elk geval:
a) gegevens over de onderneming, waaronder het nummer waarmee de onderneming geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel, het post- en bezoekadres,
b) gegevens betreffende de contactpersoon bij de onderneming, de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres,
c) de datum van de aanvraag,
d) de stukken waaruit blijkt dat degene die de aanvraag ondertekent, bevoegd is om de ondernemer te vertegenwoordigen,
e) de datum en het tijdstip waarop de schade is ontstaan dan wel een inschatting daarvan,
f) een omschrijving van de vermoedelijke oorzaak van de schade,
g) een beschrijving van de aard en omvang van de schade,
h) indien van toepassing de gegevens met betrekking tot de verzekering waaronder de datum van de melding van de schade bij de verzekeraar, de verzekeringspolis met bijbehorende voorwaarden, het door de verzekeraar opgemaakte schaderapport of de schadeopgave, het bewijs van uitkering door de verzekeraar en de naam van de contactpersoon bij de verzekeraar,
i) indien van toepassing verklaring en bewijsstukken met betrekking tot andere ontvangen bedragen die bedoeld zijn te voorzien in de geleden schade,
j) een verklaring van de aanvrager van overdracht aan de Staat van de vordering tot vergoeding van schade van de aanvrager op de aansprakelijke persoon of personen ter zake van de schade waarvoor tegemoetkoming wordt aangevraagd,
k) het rekeningnummer waarop het bedrag aan tegemoetkoming kan worden gestort, en
l) een verklaring de-minimissteun.
6. Indien een aanvraag niet volledig is, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld deze aan te vullen. Hieronder wordt mede verstaan de situatie waarin de ondernemer geen door een verzekeraar opgemaakt schaderapport kan overleggen en RVO daartoe een schade-expert heeft aangewezen. Op grond van artikel 4:15, van de Algemene wet bestuursrechtwordt de beslistermijn opgeschort totdat de aanvraag volledig is.
7. De aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als deze een verklaring van de ondernemer bevat van overdracht aan de Staat van de vordering tot vergoeding van schade op de aansprakelijke persoon of personen waarvoor tegemoetkoming wordt aangevraagd. De noodzakelijke persoonsgegevens van de aanvrager worden door de Staat verwerkt om uitvoering te geven aan hetgeen in de verklaring is opgenomen.