Artikel 1.1
In dit Reglement en de daarop berustende regelingen wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder:
– bijzondere gedelegeerde: een door de Staten van Aruba, Curaçao of Sint Maarten afgevaardigde bijzondere gedelegeerde;
– commissiegriffier: de door de Griffier aangewezen plaatsvervangende griffier die een commissie bijstaat;
– commissie(onder)voorzitter: de (onder)voorzitter van een commissie;
– gevolmachtigde minister: de Gevolmachtigde Minister van Aruba, Curaçao of Sint Maarten;
– Griffier: de Griffier van de Kamer;
– minister: een bij koninklijk besluit benoemde minister of staatssecretaris;
– Ondervoorzitter: een Ondervoorzitter van de Kamer;
– openbaar maken: het voor een ieder beschikbaar stellen op een openbare website;
– oude samenstelling: de samenstelling van de Kamer, onmiddellijk voorafgaand aan de eerste vergadering van een nieuw gekozen Kamer;
– stukken: archiefbescheiden als bedoeld in de Archiefwet 1995;
– Voorzitter: de Voorzitter van de Kamer;
– zitting: de periode waarin een gekozen Kamer werkzaam is, welke duurt vanaf de eerste vergadering van een nieuw gekozen Kamer tot aan de eerste vergadering van de daaropvolgende nieuw gekozen Kamer.
– bijzondere gedelegeerde: een door de Staten van Aruba, Curaçao of Sint Maarten afgevaardigde bijzondere gedelegeerde;
– commissiegriffier: de door de Griffier aangewezen plaatsvervangende griffier die een commissie bijstaat;
– commissie(onder)voorzitter: de (onder)voorzitter van een commissie;
– gevolmachtigde minister: de Gevolmachtigde Minister van Aruba, Curaçao of Sint Maarten;
– Griffier: de Griffier van de Kamer;
– minister: een bij koninklijk besluit benoemde minister of staatssecretaris;
– Ondervoorzitter: een Ondervoorzitter van de Kamer;
– openbaar maken: het voor een ieder beschikbaar stellen op een openbare website;
– oude samenstelling: de samenstelling van de Kamer, onmiddellijk voorafgaand aan de eerste vergadering van een nieuw gekozen Kamer;
– stukken: archiefbescheiden als bedoeld in de Archiefwet 1995;
– Voorzitter: de Voorzitter van de Kamer;
– zitting: de periode waarin een gekozen Kamer werkzaam is, welke duurt vanaf de eerste vergadering van een nieuw gekozen Kamer tot aan de eerste vergadering van de daaropvolgende nieuw gekozen Kamer.