1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij regeling van Onze Minister kunnen voorts regels worden gesteld met betrekking tot:
a. de aanvraag van een subsidie, de daarbij over te leggen gegevens en bescheiden en de besluitvorming daarover;
b. het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald;
c. de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend;
d. de verplichtingen voor de subsidieontvanger;
e. de vaststelling van de subsidie;
f. intrekking en wijziging van de subsidieverlening of -vaststelling;
g. de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten;
h. de vergoeding die verschuldigd is bij vermogensvorming, bedoeld in artikel 4:41 van de Algemene wet bestuursrecht;
i. het verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk, bedoeld in artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht;
j. de openbaarmaking van de resultaten van de gesubsidieerde activiteiten;
k. het geven van informatie aan derden over de gesubsidieerde activiteiten door de subsidieontvanger;
l. de maatregelen om misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidie te voorkomen.
2. In afwijking van de
artikelen 2:7, tweede lid, en
2:8 van de Algemene wet bestuursrechtkan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden bepaald in welke gevallen de aanvraag van de subsidie uitsluitend langs elektronische weg kan geschieden.