BWBR0044940
Geldig vanaf 18-03-2021
Artikel 3
Beleidsregel instelling nieuw tijdelijk steunfonds huis-aan-huisbladen, lokale nieuwsbladen, lokale nieuwswebsites en lokale publieke media-instellingen in verband met continuïteit lokale informatievoorziening gedurende de Covid-19 crisis (Vierde tijdelijk steunfonds lokale informatievoorziening)
1. Het Stimuleringsfonds kan aan huis-aan-huisbladen, lokale nieuwsbladen, lokale nieuwswebsites en lokale publieke media-instellingen op aanvraag een eenmalige tegemoetkoming in de vorm van een krediet verstrekken ter dekking van noodzakelijke kosten om de continuïteit van de informatievoorziening te waarborgen.
2. Voor aanvragers, bedoeld in artikel 2, eerste lid onderdeel b en c, en tweede lid, wordt de tegemoetkoming als volgt berekend:
a. € 0,66 x de oplage voor huis-aan-huisbladen, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, onder 1° en 2°;
b. € 0,33 x de oplage voor huis-aan-huisbladen, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, onder 3°;
c. € 0,33 x de oplage voor lokale nieuwsbladen;
d. € 3.000,– voor lokale nieuwswebsites;
e. € 0,33 x het aantal huishoudens in het verzorgingsgebied voor lokale publieke media-instellingen;
3. De bijdrage zoals genoemd in het tweede lid, onderdelen a, b, c en e, wordt vermenigvuldigd met een percentage van minimaal 79 procent en maximaal 100 procent. Het precieze percentage is afhankelijk van het aantal aanvragers per doelgroep en een eventueel restant van krediet uit BSF04.
4. Indien een aanvrager als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, het op grond van BSF04 verkregen krediet niet helemaal heeft besteed, wordt dit niet bestede deel in mindering gebracht op het te verstrekken aanvullende krediet. Indien dit leidt tot een negatief bedrag, dan wordt de aanvraag behandeld als een aanvraag als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a.
5. De tegemoetkoming bedraagt minimaal € 3.000,–, ook als de berekening, bedoeld in het tweede lid, leidt tot een lager bedrag.
2. Voor aanvragers, bedoeld in artikel 2, eerste lid onderdeel b en c, en tweede lid, wordt de tegemoetkoming als volgt berekend:
a. € 0,66 x de oplage voor huis-aan-huisbladen, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, onder 1° en 2°;
b. € 0,33 x de oplage voor huis-aan-huisbladen, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, onder 3°;
c. € 0,33 x de oplage voor lokale nieuwsbladen;
d. € 3.000,– voor lokale nieuwswebsites;
e. € 0,33 x het aantal huishoudens in het verzorgingsgebied voor lokale publieke media-instellingen;
3. De bijdrage zoals genoemd in het tweede lid, onderdelen a, b, c en e, wordt vermenigvuldigd met een percentage van minimaal 79 procent en maximaal 100 procent. Het precieze percentage is afhankelijk van het aantal aanvragers per doelgroep en een eventueel restant van krediet uit BSF04.
4. Indien een aanvrager als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, het op grond van BSF04 verkregen krediet niet helemaal heeft besteed, wordt dit niet bestede deel in mindering gebracht op het te verstrekken aanvullende krediet. Indien dit leidt tot een negatief bedrag, dan wordt de aanvraag behandeld als een aanvraag als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a.
5. De tegemoetkoming bedraagt minimaal € 3.000,–, ook als de berekening, bedoeld in het tweede lid, leidt tot een lager bedrag.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0044940
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl