1. Het oude recht blijft van toepassing op het voor toepassing in Nederland of voor handelsdoeleinden voor de Nederlandse markt voorhanden hebben, vervoeren of aan een ander ter beschikking stellen van IBC-bouwstoffen of het toepassen van IBC-bouwstoffen, uitgezonderd AVI-bodemas, in een werk waarvoor voor de inwerkingtreding van de artikelen Ien VIIvan dit besluit een melding is gedaan op grond van
artikel 32, tweede lid, van het Besluit bodemkwaliteit, tot zes maanden na de inwerkingtreding van de artikelen I en VII van dit besluit.
2. Het oude recht blijft van toepassing op het aangebracht houden van bouwstoffen, grond of baggerspecie die voor de inwerkingtreding van de artikelen Ien VIIvan dit besluit zijn aangebracht of die met toepassing van in dit artikel opgenomen overgangsrecht na de inwerkingtreding van de artikelen I en VII van dit besluit zijn aangebracht.
3. Als voor de inwerkingtreding van de artikelen Ien VIIvan dit besluit, een melding is gedaan op grond van
artikel 42, eerste lid, van het Besluit bodemkwaliteitvoor het toepassen van grond of baggerspecie voor het verondiepen en dempen van een oppervlaktewaterlichaam, bedoeld in
artikel 35, eerste lid, onder d, van het Besluit bodemkwaliteit, blijft, als het een diepe plas betreft die is ontstaan als gevolg van zandwinning, grindwinning of kleiwinning of een dijkdoorbraak, op het toepassen van grond of baggerspecie in de diepe plas het oude recht van toepassing tot drie jaar na de inwerkingtreding van de artikelen I en VII van dit besluit.
4. Baggerspecie uit een watergang mag tot twee jaar na de inwerkingtreding van de artikelen Ien VIIvan dit besluit ook over de aan de watergang grenzende percelen worden verspreid als wordt voldaan aan het oude recht.
5. Als met toepassing van
artikel 33bin samenhang met
hoofdstuk 4, afdeling 1, paragraaf 2, van het Besluit bodemkwaliteit, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van artikel VIIvan dit besluit, een gebiedsspecifiek toetsingskader is vastgesteld voor het toepassen van mijnsteen en mijnsteen dat is vermengd met ten hoogste 80 gewichtsprocent grond of baggerspecie, geldt het oude recht tot een bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip.
6. Een omgevingsvergunning van rechtswege als bedoeld in
artikel 4.14 van de Invoeringswet Omgevingswetvoor een lozingsactiviteit die bestaat uit het opvullen van een diepe plas voor het bevorderen van de natuurwaarde of recreatieve waarde van de diepe plas, het ontwikkelen tot landbodem voor het verwezenlijken van bedrijventerreinen, woningbouwlocaties, landbouwgronden, natuurgronden of recreatieterreinen of het stabiliseren van wanden, bedoeld in
artikel 3.48p van het Besluit activiteiten leefomgeving, zoals dat luidt na inwerkingtreding van artikel Ivan dit besluit, geldt voor een termijn van drie jaar na de inwerkingtreding van artikel I van dit besluit.
7. Een melding die is gedaan voor het tijdelijk opslaan of toepassen van grond of baggerspecie op grond van
artikel 42, eerste lid, van het Besluit bodemkwaliteit, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van artikel VII, geldt als een melding op grond van
artikel 4.1248, eerste lid, of
artikel 4.1266, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgevingzoals dat luidt na inwerkingtreding van artikel Ivan dit besluit.
8. Een melding die is gedaan voor het toepassen van mijnsteen of vermengde mijnsteen op grond van
artikel 33bin samenhang met
artikel 42, eerste lid, van het Besluit bodemkwaliteitzoals dat luidde voor inwerkingtreding van artikel VII, geldt als een melding op grond van
artikel 4.1282, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgevingzoals dat luidt na inwerkingtreding van artikel Ivan dit besluit.
9. Als in verband met de invoering van dit besluit bepalingen van het
Besluit bodemkwaliteitkomen te vervallen, waarin een overgangsrechtelijke bepaling was opgenomen, blijft die overgangsrechtelijke bepaling van toepassing tot die is uitgewerkt.