BWBR0044857
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 50
Regeling tarieven Plantgezondheidswet
1. Voor onderzoek als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Regeling plantgezondheid, worden de volgende kosten in rekening gebracht:
a. een tarief indien één monster per partij is genomen;
b. een tarief per monster indien meer dan één monster per partij is genomen;
c. een tarief indien het monster na 1 november van elk jaar tot 1 juli van het daaropvolgend jaar wordt genomen;
d. een tarief voor monsters ontvangen van kweekbedrijven voor 1 november van elk jaar;
e. een tarief voor monsters ontvangen van kweekbedrijven op of na 1 november van elk jaar.
2. Indien het gaat om spoedbemonstering en spoedonderzoek, worden de in het eerste lid bedoelde tarieven vermeerderd met een tarief.
3. Voor aanvullend onderzoek op bruinrot en/of ringrot, exclusief monstername, worden de volgende kosten in rekening gebracht:
a. bruinrot- en ringrotonderzoek bij een monster van 1 tot 20 knollen, bij een monster van 21 tot 40 knollen, bij een monster van 41 tot 100 knollen en bij een monster van 101 tot 200 knollen;
b. bruinrot- of ringrotonderzoek aan vitromateriaal bij een monster van 1 tot 20 knollen, bij een monster van 21 tot 40 knollen, bij een monster van 41 tot 60 knollen, bij een monster van 61 tot 80 knollen, bij een monster van 81 tot 100 knollen en bij een monster van 101 tot 200 knollen;
c. bruinrot- en ringrotonderzoek aan vitroplanten;
d. administratiekosten per aanvraag en een tarief per monster aan behandelingskosten.
4. Voor wijziging van de bemonsteringsstatus voor bruinrot of ringrot achteraf wordt een tarief per perceel in rekening gebracht.
a. een tarief indien één monster per partij is genomen;
b. een tarief per monster indien meer dan één monster per partij is genomen;
c. een tarief indien het monster na 1 november van elk jaar tot 1 juli van het daaropvolgend jaar wordt genomen;
d. een tarief voor monsters ontvangen van kweekbedrijven voor 1 november van elk jaar;
e. een tarief voor monsters ontvangen van kweekbedrijven op of na 1 november van elk jaar.
2. Indien het gaat om spoedbemonstering en spoedonderzoek, worden de in het eerste lid bedoelde tarieven vermeerderd met een tarief.
3. Voor aanvullend onderzoek op bruinrot en/of ringrot, exclusief monstername, worden de volgende kosten in rekening gebracht:
a. bruinrot- en ringrotonderzoek bij een monster van 1 tot 20 knollen, bij een monster van 21 tot 40 knollen, bij een monster van 41 tot 100 knollen en bij een monster van 101 tot 200 knollen;
b. bruinrot- of ringrotonderzoek aan vitromateriaal bij een monster van 1 tot 20 knollen, bij een monster van 21 tot 40 knollen, bij een monster van 41 tot 60 knollen, bij een monster van 61 tot 80 knollen, bij een monster van 81 tot 100 knollen en bij een monster van 101 tot 200 knollen;
c. bruinrot- en ringrotonderzoek aan vitroplanten;
d. administratiekosten per aanvraag en een tarief per monster aan behandelingskosten.
4. Voor wijziging van de bemonsteringsstatus voor bruinrot of ringrot achteraf wordt een tarief per perceel in rekening gebracht.