BWBR0044821
Geldig vanaf 2021-02-18
Artikel 6
Tijdelijke regeling subsidie dierentuinen COVID-19
1. Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend in de periode van 7 januari 2022 tot en met 11 februari 2022.
2. Een aanvraag bevat ten minste de volgende gegevens:
a. post- en bezoekadres van de dierentuin en het rekeningnummer dat op naam van de dierentuin staat;
b. de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres van de contactpersoon van de dierentuin;
c. een verklaring dat de dierentuin op het moment van aanvraag voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen;
d. een verklaring dat ten aanzien van dezelfde subsidiabele kosten geen uit andere hoofde ontvangen steun, subsidies of uitkeringen met betrekking tot COVID-19 alsmede met andere ontvangen steun of uitkeringen uit bestaande nationale regelingen met betrekking tot COVID-19, niet zijnde leningen of borgstellingsregelingen of fiscale maatregelen is ontvangen waaronder in ieder geval gegevens over de Derde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid en de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19;
e. een opgave van verstrekte verzekeringsuitkeringen die zien op schade die is geleden als gevolg van maatregelen in verband met de bestrijding van de verspreiding van COVID-19;
f. indien de dierentuin een aanvraag doet voor subsidiabele periode 2, een verklaring dat de dierentuin geen in de buitenlucht gelegen dierenverblijven heeft, die toegankelijk zijn voor bezoekers en ingevolge de Tijdelijke regeling maatregelen COVID-19 in die periode gesloten diende te blijven, en
g. gegevens over de dagen van sluiting voor betalende bezoekers in referentieperiode 1 en 2, indien de dierentuin in referentieperiode 1 en 2 een dag of een aantal dagen gesloten was als bedoeld in artikel 4, vijfde lid.
3. Onverminderd het bepaalde in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrechtverstrekt de aanvrager op verzoek van de minister aanvullende informatie ter onderbouwing van de subsidiabele kosten.
4. Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie van meer dan € 125.000 legt de dierentuin een verklaring van een accountant over volgens een door de minister ter beschikking gesteld model of een door de minister geaccepteerd vergelijkbaar document waaruit onder andere het bewijs blijkt met welk bedrag de kosten van de dierentuin als gevolg van COVID-19 zijn verminderd en waarin wordt aangetoond dat de door de dierentuin opgegeven bedragen betrekking hebben op de kosten voor dierverzorging, parkkosten en personeelskosten indien dit van toepassing is.
2. Een aanvraag bevat ten minste de volgende gegevens:
a. post- en bezoekadres van de dierentuin en het rekeningnummer dat op naam van de dierentuin staat;
b. de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres van de contactpersoon van de dierentuin;
c. een verklaring dat de dierentuin op het moment van aanvraag voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen;
d. een verklaring dat ten aanzien van dezelfde subsidiabele kosten geen uit andere hoofde ontvangen steun, subsidies of uitkeringen met betrekking tot COVID-19 alsmede met andere ontvangen steun of uitkeringen uit bestaande nationale regelingen met betrekking tot COVID-19, niet zijnde leningen of borgstellingsregelingen of fiscale maatregelen is ontvangen waaronder in ieder geval gegevens over de Derde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid en de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19;
e. een opgave van verstrekte verzekeringsuitkeringen die zien op schade die is geleden als gevolg van maatregelen in verband met de bestrijding van de verspreiding van COVID-19;
f. indien de dierentuin een aanvraag doet voor subsidiabele periode 2, een verklaring dat de dierentuin geen in de buitenlucht gelegen dierenverblijven heeft, die toegankelijk zijn voor bezoekers en ingevolge de Tijdelijke regeling maatregelen COVID-19 in die periode gesloten diende te blijven, en
g. gegevens over de dagen van sluiting voor betalende bezoekers in referentieperiode 1 en 2, indien de dierentuin in referentieperiode 1 en 2 een dag of een aantal dagen gesloten was als bedoeld in artikel 4, vijfde lid.
3. Onverminderd het bepaalde in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrechtverstrekt de aanvrager op verzoek van de minister aanvullende informatie ter onderbouwing van de subsidiabele kosten.
4. Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie van meer dan € 125.000 legt de dierentuin een verklaring van een accountant over volgens een door de minister ter beschikking gesteld model of een door de minister geaccepteerd vergelijkbaar document waaruit onder andere het bewijs blijkt met welk bedrag de kosten van de dierentuin als gevolg van COVID-19 zijn verminderd en waarin wordt aangetoond dat de door de dierentuin opgegeven bedragen betrekking hebben op de kosten voor dierverzorging, parkkosten en personeelskosten indien dit van toepassing is.