BWBR0044808
Geldig vanaf 2022-05-26
Artikel 2a.1.5
Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19
1. De minister beslist afwijzend op een aanvraag:
a. indien de aanvraag niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde regels;
b. voor zover over een periode van drie belastingjaren de totale aan de getroffen startende MKB-onderneming verstrekte steun meer bedraagt dan: 1°. € 200.000, voor zover het steun op grond van de algemene de-minimisverordening betreft, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening;
2°. € 30.000, voor zover het steun op grond van de de-minimisverordening voor de visserijsector betreft, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de de-minimisverordening voor de visserijsector;
3°. € 20.000, voor zover het steun op grond van de de-minimisverordening voor de landbouwsector betreft, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de de-minimisverordening voor de landbouwsector;
4°. € 100.000, indien de getroffen startende MKB-onderneming, al dan niet deels, voor rekening van derden goederenvervoer over de weg verricht, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening;
1°. € 200.000, voor zover het steun op grond van de algemene de-minimisverordening betreft, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening;
2°. € 30.000, voor zover het steun op grond van de de-minimisverordening voor de visserijsector betreft, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de de-minimisverordening voor de visserijsector;
3°. € 20.000, voor zover het steun op grond van de de-minimisverordening voor de landbouwsector betreft, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de de-minimisverordening voor de landbouwsector;
4°. € 100.000, indien de getroffen startende MKB-onderneming, al dan niet deels, voor rekening van derden goederenvervoer over de weg verricht, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening;
c. voor zover over een periode van drie belastingjaren het cumulatieve bedrag aan verstrekte steun op grond van de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector meer bedraagt dan het in de bijlage bij de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector vastgestelde nationale maximum voor Nederland;
d. indien de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een bepaling inzake het cumuleren van steun als bedoeld in de algemene de-minimisverordening, de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector;
e. indien de subsidie bestemd is voor een getroffen startende MKB-onderneming die: 1°. actief is in een sector waarvoor op grond van de algemene de-minimisverordening, de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector het niet toegestaan is steun te verlenen, tenzij deze onderneming tevens werkzaam is in een andere sector en zij er, met passende middelen zoals een gescheiden boekhouding, voor zorgt dat de activiteiten in de uitgesloten sector geen voor de andere sector bestemde subsidie genieten;
2°. geen activiteiten verricht of niet actief is in de sectoren waarvoor steun wordt verleend op grond van de algemene de-minimisverordening, de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector;
1°. actief is in een sector waarvoor op grond van de algemene de-minimisverordening, de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector het niet toegestaan is steun te verlenen, tenzij deze onderneming tevens werkzaam is in een andere sector en zij er, met passende middelen zoals een gescheiden boekhouding, voor zorgt dat de activiteiten in de uitgesloten sector geen voor de andere sector bestemde subsidie genieten;
2°. geen activiteiten verricht of niet actief is in de sectoren waarvoor steun wordt verleend op grond van de algemene de-minimisverordening, de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector;
f. indien het verschil tussen de omzet in de referentieperiode en de schatting van de omzet in de subsidieperiode, zoals opgenomen in de subsidieaanvraag, gedeeld door de omzet in de referentieperiode en uitgedrukt in procenten, minder dan 20% bedraagt;
g. indien de getroffen startende MKB-onderneming met zijn hoofd- of nevenactiviteit, waaronder de MKB-onderneming is ingeschreven in het handelsregister, behoort tot de codes 64.1, 64.30.1, 64.30.2, 64.91, 64.92, 65, 66.11, 66.19.2, 66.29.1 of 66.29.3 van de Standaard Bedrijfsindeling of indien de getroffen startende MKB-onderneming met zijn hoofdactiviteit, waaronder de MKB-onderneming is ingeschreven in het handelsregister, behoort tot de codes 64.99, 66.12, 66.19.1, 66.19.3, 66.29.2, 66.29.9 of 66.30 van de Standaard Bedrijfsindeling;
h. indien de getroffen startende MKB-onderneming op grond van artikel 8 van de Wet verbod pelsdierhouderij een vergoeding heeft ontvangen voor schade, bedoeld in dat artikel.
2. Indien de getroffen startende MKB-onderneming deel uitmaakt van een groep, wordt bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, uitgegaan van de volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen van de MKB-ondernemingen die deel uitmaken van de groep.
a. indien de aanvraag niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde regels;
b. voor zover over een periode van drie belastingjaren de totale aan de getroffen startende MKB-onderneming verstrekte steun meer bedraagt dan: 1°. € 200.000, voor zover het steun op grond van de algemene de-minimisverordening betreft, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening;
2°. € 30.000, voor zover het steun op grond van de de-minimisverordening voor de visserijsector betreft, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de de-minimisverordening voor de visserijsector;
3°. € 20.000, voor zover het steun op grond van de de-minimisverordening voor de landbouwsector betreft, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de de-minimisverordening voor de landbouwsector;
4°. € 100.000, indien de getroffen startende MKB-onderneming, al dan niet deels, voor rekening van derden goederenvervoer over de weg verricht, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening;
1°. € 200.000, voor zover het steun op grond van de algemene de-minimisverordening betreft, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening;
2°. € 30.000, voor zover het steun op grond van de de-minimisverordening voor de visserijsector betreft, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de de-minimisverordening voor de visserijsector;
3°. € 20.000, voor zover het steun op grond van de de-minimisverordening voor de landbouwsector betreft, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de de-minimisverordening voor de landbouwsector;
4°. € 100.000, indien de getroffen startende MKB-onderneming, al dan niet deels, voor rekening van derden goederenvervoer over de weg verricht, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening;
c. voor zover over een periode van drie belastingjaren het cumulatieve bedrag aan verstrekte steun op grond van de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector meer bedraagt dan het in de bijlage bij de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector vastgestelde nationale maximum voor Nederland;
d. indien de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een bepaling inzake het cumuleren van steun als bedoeld in de algemene de-minimisverordening, de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector;
e. indien de subsidie bestemd is voor een getroffen startende MKB-onderneming die: 1°. actief is in een sector waarvoor op grond van de algemene de-minimisverordening, de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector het niet toegestaan is steun te verlenen, tenzij deze onderneming tevens werkzaam is in een andere sector en zij er, met passende middelen zoals een gescheiden boekhouding, voor zorgt dat de activiteiten in de uitgesloten sector geen voor de andere sector bestemde subsidie genieten;
2°. geen activiteiten verricht of niet actief is in de sectoren waarvoor steun wordt verleend op grond van de algemene de-minimisverordening, de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector;
1°. actief is in een sector waarvoor op grond van de algemene de-minimisverordening, de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector het niet toegestaan is steun te verlenen, tenzij deze onderneming tevens werkzaam is in een andere sector en zij er, met passende middelen zoals een gescheiden boekhouding, voor zorgt dat de activiteiten in de uitgesloten sector geen voor de andere sector bestemde subsidie genieten;
2°. geen activiteiten verricht of niet actief is in de sectoren waarvoor steun wordt verleend op grond van de algemene de-minimisverordening, de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector;
f. indien het verschil tussen de omzet in de referentieperiode en de schatting van de omzet in de subsidieperiode, zoals opgenomen in de subsidieaanvraag, gedeeld door de omzet in de referentieperiode en uitgedrukt in procenten, minder dan 20% bedraagt;
g. indien de getroffen startende MKB-onderneming met zijn hoofd- of nevenactiviteit, waaronder de MKB-onderneming is ingeschreven in het handelsregister, behoort tot de codes 64.1, 64.30.1, 64.30.2, 64.91, 64.92, 65, 66.11, 66.19.2, 66.29.1 of 66.29.3 van de Standaard Bedrijfsindeling of indien de getroffen startende MKB-onderneming met zijn hoofdactiviteit, waaronder de MKB-onderneming is ingeschreven in het handelsregister, behoort tot de codes 64.99, 66.12, 66.19.1, 66.19.3, 66.29.2, 66.29.9 of 66.30 van de Standaard Bedrijfsindeling;
h. indien de getroffen startende MKB-onderneming op grond van artikel 8 van de Wet verbod pelsdierhouderij een vergoeding heeft ontvangen voor schade, bedoeld in dat artikel.
2. Indien de getroffen startende MKB-onderneming deel uitmaakt van een groep, wordt bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, uitgegaan van de volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen van de MKB-ondernemingen die deel uitmaken van de groep.