BWBR0044738
Geldig vanaf 2021-01-22
Artikel 5
Tijdelijke regeling landelijke avondklok covid-19
1. De formulieren van de werkgeversverklaring, bedoeld in artikel 4, onder a, respectievelijk de eigen verklaring, bedoeld in artikel 4, onder b, zijn opgenomen als bijlage 1respectievelijk bijlage 2bij deze regeling. De formulieren worden door de overheid elektronisch en op papier beschikbaar gesteld.
2. Indien werkzaamheden als bedoeld in artikel 4, onder a, niet in loondienst maar door een zelfstandige of door een persoon die geen werkgever heeft worden verricht, wordt de werkgeversverklaring door de zelfstandige of door die persoon ingevuld en geldt die verklaring als de werkgeversverklaring, bedoeld in artikel 4, onder a.
3. Een reis als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b, en een reis als bedoeld in artikel 4, onder b, onder 4°, gelden slechts als uitzonderingsgrond, indien reisbescheiden of andere bescheiden worden overgelegd waaruit die reis blijkt en voorts de noodzaak op die tijd op die plek te vertoeven.
4. De aanwezigheid bij een liveprogramma, bedoeld in artikel 4, onder b, onder 7°, geldt slechts als uitzonderingsgrond als een uitnodiging daartoe wordt overgelegd van de omroep die dit programma uitzendt.
5. Het afleggen van een examen of tentamen, bedoeld in artikel 4, onder b, onder 8°, geldt slechts als uitzonderingsgrond, indien een bescheid wordt overgelegd waaruit dat examen of tentamen blijkt en voorts de noodzaak op die tijd op die plek te vertoeven.
2. Indien werkzaamheden als bedoeld in artikel 4, onder a, niet in loondienst maar door een zelfstandige of door een persoon die geen werkgever heeft worden verricht, wordt de werkgeversverklaring door de zelfstandige of door die persoon ingevuld en geldt die verklaring als de werkgeversverklaring, bedoeld in artikel 4, onder a.
3. Een reis als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b, en een reis als bedoeld in artikel 4, onder b, onder 4°, gelden slechts als uitzonderingsgrond, indien reisbescheiden of andere bescheiden worden overgelegd waaruit die reis blijkt en voorts de noodzaak op die tijd op die plek te vertoeven.
4. De aanwezigheid bij een liveprogramma, bedoeld in artikel 4, onder b, onder 7°, geldt slechts als uitzonderingsgrond als een uitnodiging daartoe wordt overgelegd van de omroep die dit programma uitzendt.
5. Het afleggen van een examen of tentamen, bedoeld in artikel 4, onder b, onder 8°, geldt slechts als uitzonderingsgrond, indien een bescheid wordt overgelegd waaruit dat examen of tentamen blijkt en voorts de noodzaak op die tijd op die plek te vertoeven.