BWBR0044725
Geldig vanaf 2021-01-20
Artikel 12
Regeling voorwaardelijke veiling niet-landelijke commerciële FM-vergunningen
1. In geval blijkens het bekendmakingsbesluit één FM-vergunning verdeeld wordt en de minister ten aanzien van die FM-vergunning vaststelt dat, uitgezonderd de aanvragers waarvan de aanvraag buiten behandeling is gesteld, de aanvraag is afgewezen, de aanvraag is ingetrokken of waarvan de aanvraag op grond van artikel 3.18 van de wetis geweigerd, slechts één aanvraag voldoet aan de in paragraaf 2van deze regeling gestelde eisen, vindt geen veiling van de FM-vergunning plaats en wordt die FM-vergunning aan de betreffende aanvrager om niet verleend.
2. In geval blijkens het bekendmakingsbesluit twee of meer FM-vergunningen worden verdeeld en de minister voor een FM-vergunning vaststelt dat, uitgezonderd de aanvraag die buiten behandeling is gesteld, de aanvraag die geheel is afgewezen, de aanvraag die is ingetrokken, de aanvraag van de aanvrager aan wie de betrokken FM-vergunning gelet op artikel 2, eerste lid, niet kan worden verleend, of de aanvraag die op grond van artikel 3.18 van de wetis geweigerd, slechts één aanvraag voldoet aan de in paragraaf 2van deze regeling gestelde eisen, vindt geen veiling van de FM-vergunning plaats, en wordt die FM-vergunning aan de betreffende aanvrager om niet verleend.
3. In geval toepassing wordt gegeven aan het eerste dan wel tweede lid, kan de houder van een FM-vergunning de ontbindende voorwaarde inroepen indien hij niet degene is die als enige aanvrager voldoet aan de in paragraaf 2van deze regeling gestelde eisen. Het inroepen van een ontbindende voorwaarde geschiedt uiterlijk tot 16:00 uur op de tweede werkdag nadat de houder van de FM-vergunning door de minister van de voorgenomen toepassing van het eerste dan wel tweede lid in kennis is gesteld. Artikel 25, derde lidis van overeenkomstige toepassing.
4. Indien de aanvrager aan wie op grond van het eerste of tweede lid een FM-vergunning om niet is verleend ter zekerheidsstelling een waarborgsom heeft verstrekt, wordt uiterlijk twee weken na de verlening van de FM-vergunning een bedrag van € 20.000,– aan de betrokken aanvrager teruggestort per FM-vergunning die aan hem om niet is verleend. De minister vergoedt aan de aanvrager rente over dat bedrag over de periode vanaf de dag dat hij de waarborgsom heeft ontvangen op het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 6, derde lid, onderdeel a, tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de minister wordt teruggestort. Deze rente wordt op dezelfde dag gestort als de dag waarop de waarborgsom wordt terugstort.
5. Indien de aanvrager aan wie op grond van het eerste of tweede lid een vergunning om niet is verleend ter zekerheidsstelling een bankgarantie heeft verstrekt, stuurt de minister, uiterlijk twee weken na de verdeling van de betrokken FM-vergunning, aan de bank van de aanvrager een schriftelijke verklaring dat de bankgarantie vervalt, indien als gevolg van de verlening om niet:
a. ten aanzien van geen enkele FM-vergunning op grond van het tweede lid de noodzaak van veilen is komen vast te staan, of
b. de betrokken aanvrager, gelet op het bepaalde in artikel 13, derde lid, niet over voldoende activiteitspunten beschikt om toegelaten te worden tot de veiling.
6. Ten aanzien van een FM-vergunning die blijkens het bekendmakingsbesluit wordt verdeeld en die niet op grond van het eerste of tweede lid om niet wordt verleend, is de noodzaak van veilen komen vast te staan.
2. In geval blijkens het bekendmakingsbesluit twee of meer FM-vergunningen worden verdeeld en de minister voor een FM-vergunning vaststelt dat, uitgezonderd de aanvraag die buiten behandeling is gesteld, de aanvraag die geheel is afgewezen, de aanvraag die is ingetrokken, de aanvraag van de aanvrager aan wie de betrokken FM-vergunning gelet op artikel 2, eerste lid, niet kan worden verleend, of de aanvraag die op grond van artikel 3.18 van de wetis geweigerd, slechts één aanvraag voldoet aan de in paragraaf 2van deze regeling gestelde eisen, vindt geen veiling van de FM-vergunning plaats, en wordt die FM-vergunning aan de betreffende aanvrager om niet verleend.
3. In geval toepassing wordt gegeven aan het eerste dan wel tweede lid, kan de houder van een FM-vergunning de ontbindende voorwaarde inroepen indien hij niet degene is die als enige aanvrager voldoet aan de in paragraaf 2van deze regeling gestelde eisen. Het inroepen van een ontbindende voorwaarde geschiedt uiterlijk tot 16:00 uur op de tweede werkdag nadat de houder van de FM-vergunning door de minister van de voorgenomen toepassing van het eerste dan wel tweede lid in kennis is gesteld. Artikel 25, derde lidis van overeenkomstige toepassing.
4. Indien de aanvrager aan wie op grond van het eerste of tweede lid een FM-vergunning om niet is verleend ter zekerheidsstelling een waarborgsom heeft verstrekt, wordt uiterlijk twee weken na de verlening van de FM-vergunning een bedrag van € 20.000,– aan de betrokken aanvrager teruggestort per FM-vergunning die aan hem om niet is verleend. De minister vergoedt aan de aanvrager rente over dat bedrag over de periode vanaf de dag dat hij de waarborgsom heeft ontvangen op het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 6, derde lid, onderdeel a, tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de minister wordt teruggestort. Deze rente wordt op dezelfde dag gestort als de dag waarop de waarborgsom wordt terugstort.
5. Indien de aanvrager aan wie op grond van het eerste of tweede lid een vergunning om niet is verleend ter zekerheidsstelling een bankgarantie heeft verstrekt, stuurt de minister, uiterlijk twee weken na de verdeling van de betrokken FM-vergunning, aan de bank van de aanvrager een schriftelijke verklaring dat de bankgarantie vervalt, indien als gevolg van de verlening om niet:
a. ten aanzien van geen enkele FM-vergunning op grond van het tweede lid de noodzaak van veilen is komen vast te staan, of
b. de betrokken aanvrager, gelet op het bepaalde in artikel 13, derde lid, niet over voldoende activiteitspunten beschikt om toegelaten te worden tot de veiling.
6. Ten aanzien van een FM-vergunning die blijkens het bekendmakingsbesluit wordt verdeeld en die niet op grond van het eerste of tweede lid om niet wordt verleend, is de noodzaak van veilen komen vast te staan.