BWBR0044623
Geldig vanaf 2021-01-01
Artikel 2
Regeling toetsing geweldsbeheersing politie 2021
1. Een ambtenaar is steeds voor de duur van een kalenderjaar geoefend in het gebruik van een geweldsmiddel indien hij in het daaraan voorafgaande kalenderjaar met voldoende resultaat heeft afgelegd:
a. de toets geweldsbeheersing, en
b. de toets aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden.
2. Een ambtenaar is steeds voor de duur van een kalenderhalfjaar geoefend in het gebruik van een vuurwapen indien hij, naast de in het eerste lid bedoelde toetsen, in het daaraan voorafgaande, dan wel het lopende, kalenderhalfjaar de toets schietvaardigheid voor dat vuurwapen met voldoende resultaat heeft afgelegd.
3. Een ambtenaar is steeds voor de duur van een kalenderjaar geoefend in het gebruik van een specialistisch geweldsmiddel indien hij, naast de in het eerste lid bedoelde toetsen, in het daaraan voorafgaande kalenderjaar de toets specialistische geweldsvaardigheid voor dat specialistische geweldsmiddel met voldoende resultaat heeft afgelegd.
4. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de ambtenaar slechts over een geweldsmiddel beschikt, anders dan voor het vervoer en het gebruik ervan voor het volgen van onderwijs, indien hij geoefend is in het gebruik van dat geweldsmiddel.
5. Het bevoegd gezag neemt de geweldsmiddelen in van de ambtenaar die op de laatste dag van een kalenderjaar de in het eerste lid bedoelde toetsen niet met voldoende resultaat heeft afgelegd.
6. Het bevoegd gezag neemt terstond het vuurwapen in van de ambtenaar die de in het tweede lid bedoelde toets voor dat vuurwapen niet met voldoende resultaat aflegt.
7. Het bevoegd gezag neemt het specialistische geweldsmiddel in van de ambtenaar die op de laatste dag van een kalenderjaar de in het derde lid bedoelde toets voor dat specialistische geweldsmiddel niet met voldoende resultaat heeft afgelegd.
8. Indien de ambtenaar van wie een geweldsmiddel op grond van het vijfde dan wel zevende lid is ingenomen vanwege het niet behalen van de toetsen, bedoeld in het eerste respectievelijk derde lid, alsnog die toetsen met voldoende resultaat aflegt, is de ambtenaar vanaf dat moment voor de resterende duur van het lopende kalenderjaar, geoefend in het gebruik van dat geweldsmiddel. In afwijking van het eerste lid, moet hij de toetsen, bedoeld in het eerste lid, dat kalenderjaar nogmaals met voldoende resultaat afleggen om geoefend te zijn in het gebruik van een geweldsmiddel in het daarop volgende kalenderjaar.
9. Indien de ambtenaar van wie een vuurwapen op grond van het zesde lid is ingenomen alsnog de toets, bedoeld in het tweede lid, met voldoende resultaat aflegt, is de ambtenaar vanaf dat moment voor de resterende duur van het lopende en het daarop volgende kalenderhalfjaar geoefend in het gebruik van dat vuurwapen.
10. In buitengewone omstandigheden kan de Minister besluiten dat, in aanvulling op het eerste lid, de ambtenaar voor de duur van een kalenderjaar geoefend is in het gebruik van de in het eerste lid bedoelde geweldsmiddelen, indien hij de toets geweldsbeheersing en de toets aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden in het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar met voldoende resultaat heeft afgelegd.
11. In buitengewone omstandigheden kan de Minister besluiten dat, in aanvulling op het tweede lid, de ambtenaar voor de duur van een kalenderhalfjaar geoefend is in het gebruik van een vuurwapen, indien hij, naast de in het eerste lid bedoelde toetsen, de toets schietvaardigheid voor dat vuurwapen in het tweede daaraan voorafgaande kalenderhalfjaar met voldoende resultaat heeft afgelegd.
12. In buitengewone omstandigheden kan de Minister besluiten dat, in aanvulling op het derde lid, de ambtenaar voor de duur van een kalenderjaar geoefend is in het gebruik van een specialistisch geweldsmiddel, indien hij, naast de in het eerste lid bedoelde toetsen, de toets specialistische vaardigheid voor dat specialistische geweldsmiddel in het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar met voldoende resultaat heeft afgelegd.
a. de toets geweldsbeheersing, en
b. de toets aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden.
2. Een ambtenaar is steeds voor de duur van een kalenderhalfjaar geoefend in het gebruik van een vuurwapen indien hij, naast de in het eerste lid bedoelde toetsen, in het daaraan voorafgaande, dan wel het lopende, kalenderhalfjaar de toets schietvaardigheid voor dat vuurwapen met voldoende resultaat heeft afgelegd.
3. Een ambtenaar is steeds voor de duur van een kalenderjaar geoefend in het gebruik van een specialistisch geweldsmiddel indien hij, naast de in het eerste lid bedoelde toetsen, in het daaraan voorafgaande kalenderjaar de toets specialistische geweldsvaardigheid voor dat specialistische geweldsmiddel met voldoende resultaat heeft afgelegd.
4. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de ambtenaar slechts over een geweldsmiddel beschikt, anders dan voor het vervoer en het gebruik ervan voor het volgen van onderwijs, indien hij geoefend is in het gebruik van dat geweldsmiddel.
5. Het bevoegd gezag neemt de geweldsmiddelen in van de ambtenaar die op de laatste dag van een kalenderjaar de in het eerste lid bedoelde toetsen niet met voldoende resultaat heeft afgelegd.
6. Het bevoegd gezag neemt terstond het vuurwapen in van de ambtenaar die de in het tweede lid bedoelde toets voor dat vuurwapen niet met voldoende resultaat aflegt.
7. Het bevoegd gezag neemt het specialistische geweldsmiddel in van de ambtenaar die op de laatste dag van een kalenderjaar de in het derde lid bedoelde toets voor dat specialistische geweldsmiddel niet met voldoende resultaat heeft afgelegd.
8. Indien de ambtenaar van wie een geweldsmiddel op grond van het vijfde dan wel zevende lid is ingenomen vanwege het niet behalen van de toetsen, bedoeld in het eerste respectievelijk derde lid, alsnog die toetsen met voldoende resultaat aflegt, is de ambtenaar vanaf dat moment voor de resterende duur van het lopende kalenderjaar, geoefend in het gebruik van dat geweldsmiddel. In afwijking van het eerste lid, moet hij de toetsen, bedoeld in het eerste lid, dat kalenderjaar nogmaals met voldoende resultaat afleggen om geoefend te zijn in het gebruik van een geweldsmiddel in het daarop volgende kalenderjaar.
9. Indien de ambtenaar van wie een vuurwapen op grond van het zesde lid is ingenomen alsnog de toets, bedoeld in het tweede lid, met voldoende resultaat aflegt, is de ambtenaar vanaf dat moment voor de resterende duur van het lopende en het daarop volgende kalenderhalfjaar geoefend in het gebruik van dat vuurwapen.
10. In buitengewone omstandigheden kan de Minister besluiten dat, in aanvulling op het eerste lid, de ambtenaar voor de duur van een kalenderjaar geoefend is in het gebruik van de in het eerste lid bedoelde geweldsmiddelen, indien hij de toets geweldsbeheersing en de toets aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden in het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar met voldoende resultaat heeft afgelegd.
11. In buitengewone omstandigheden kan de Minister besluiten dat, in aanvulling op het tweede lid, de ambtenaar voor de duur van een kalenderhalfjaar geoefend is in het gebruik van een vuurwapen, indien hij, naast de in het eerste lid bedoelde toetsen, de toets schietvaardigheid voor dat vuurwapen in het tweede daaraan voorafgaande kalenderhalfjaar met voldoende resultaat heeft afgelegd.
12. In buitengewone omstandigheden kan de Minister besluiten dat, in aanvulling op het derde lid, de ambtenaar voor de duur van een kalenderjaar geoefend is in het gebruik van een specialistisch geweldsmiddel, indien hij, naast de in het eerste lid bedoelde toetsen, de toets specialistische vaardigheid voor dat specialistische geweldsmiddel in het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar met voldoende resultaat heeft afgelegd.