BWBR0044622
Geldig vanaf 2021-01-01
Artikel 4
Beleidsregel verstrekking DAMU-licentie PO
Het bevoegd gezag overlegt bij de aanvraag bedoeld in artikel 3:
a. een overzicht met de volgende gegevens: 1°. de naam, het adres en het bestuursnummer van het bevoegd gezag;
2°. de naam, het adres en het BRIN-nummer van de school waarvoor het bevoegd gezag de aanvraag doet; en
3°. de naam, het e-mailadres en telefoonnummer van de contactpersoon gedurende het experiment.
1°. de naam, het adres en het bestuursnummer van het bevoegd gezag;
2°. de naam, het adres en het BRIN-nummer van de school waarvoor het bevoegd gezag de aanvraag doet; en
3°. de naam, het e-mailadres en telefoonnummer van de contactpersoon gedurende het experiment.
b. Een door alle betrokken partijen ondertekende schriftelijke overeenkomst tussen het bevoegd gezag dat voor een school de aanvraag doet, het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs die een DAMU-licentie heeft op basis van de Beleidsregel verstrekking DAMU-licentie VO en de betrokken hbo-instelling voor dans of muziek. Uit de overeenkomst blijkt in ieder geval dat sprake is van een structurele inhoudelijke en organisatorische samenwerking tussen deze drie partijen. Bij de beschrijving van de inhoud van deze samenwerking wordt in ieder geval ingegaan op de volgende onderwerpen: 1°. de gezamenlijke visie, missie en doelen;
2°. de borging van de doorlopende leer- en ontwikkellijnen en de overdracht tussen de betrokken onderwijsinstellingen per DAMU-leerling;
3°. de wijze waarop de expertise en het personeel tussen de betrokken onderwijsinstellingen wordt gedeeld;
4°. de wijze waarop het proces van gezamenlijke beoordeling van de kwaliteit, en zo nodig de verbetering en verdere borging hiervan, wordt ingericht.
1°. de gezamenlijke visie, missie en doelen;
2°. de borging van de doorlopende leer- en ontwikkellijnen en de overdracht tussen de betrokken onderwijsinstellingen per DAMU-leerling;
3°. de wijze waarop de expertise en het personeel tussen de betrokken onderwijsinstellingen wordt gedeeld;
4°. de wijze waarop het proces van gezamenlijke beoordeling van de kwaliteit, en zo nodig de verbetering en verdere borging hiervan, wordt ingericht.
c. Een verklaring van de school waarvoor het bevoegd gezag de aanvraag doet, waaruit blijkt dat op het moment van de aanvraag in de administratie van de school een door de hogeschool goedgekeurde lijst aanwezig is met de namen en adressen van minimaal vijftien op de school ingeschreven DAMU-leerlingen.
d. Het schoolplan waaruit blijkt hoe: 1°. het onderwijs wordt ingevuld rekening houdend met de belangen van de DAMU-leerlingen;
2°. de school waar nodig zorg draagt voor het benodigde maatwerk, flexibiliteit en ondersteuning voor de DAMU-leerlingen; en
3°. wordt voorzien in de aanwezigheid en aanspreekbaarheid van onderwijzend personeel dat verantwoordelijk is voor de begeleiding van de DAMU-leerlingen.
1°. het onderwijs wordt ingevuld rekening houdend met de belangen van de DAMU-leerlingen;
2°. de school waar nodig zorg draagt voor het benodigde maatwerk, flexibiliteit en ondersteuning voor de DAMU-leerlingen; en
3°. wordt voorzien in de aanwezigheid en aanspreekbaarheid van onderwijzend personeel dat verantwoordelijk is voor de begeleiding van de DAMU-leerlingen.
e. Een afschrift van een rapport van de Inspectie van het onderwijs als bedoeld in artikel 20 van de Wet op het onderwijstoezicht, waaruit blijkt dat de kwaliteit van het onderwijs op de school die wil deelnemen ten minste als voldoende is beoordeeld; en
f. een bewijs dat de medezeggenschapsraad van de school die wil deelnemen, bedoeld in artikel 3 van de Wet medezeggenschap op scholen, instemt met deelname aan het experiment.
a. een overzicht met de volgende gegevens: 1°. de naam, het adres en het bestuursnummer van het bevoegd gezag;
2°. de naam, het adres en het BRIN-nummer van de school waarvoor het bevoegd gezag de aanvraag doet; en
3°. de naam, het e-mailadres en telefoonnummer van de contactpersoon gedurende het experiment.
1°. de naam, het adres en het bestuursnummer van het bevoegd gezag;
2°. de naam, het adres en het BRIN-nummer van de school waarvoor het bevoegd gezag de aanvraag doet; en
3°. de naam, het e-mailadres en telefoonnummer van de contactpersoon gedurende het experiment.
b. Een door alle betrokken partijen ondertekende schriftelijke overeenkomst tussen het bevoegd gezag dat voor een school de aanvraag doet, het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs die een DAMU-licentie heeft op basis van de Beleidsregel verstrekking DAMU-licentie VO en de betrokken hbo-instelling voor dans of muziek. Uit de overeenkomst blijkt in ieder geval dat sprake is van een structurele inhoudelijke en organisatorische samenwerking tussen deze drie partijen. Bij de beschrijving van de inhoud van deze samenwerking wordt in ieder geval ingegaan op de volgende onderwerpen: 1°. de gezamenlijke visie, missie en doelen;
2°. de borging van de doorlopende leer- en ontwikkellijnen en de overdracht tussen de betrokken onderwijsinstellingen per DAMU-leerling;
3°. de wijze waarop de expertise en het personeel tussen de betrokken onderwijsinstellingen wordt gedeeld;
4°. de wijze waarop het proces van gezamenlijke beoordeling van de kwaliteit, en zo nodig de verbetering en verdere borging hiervan, wordt ingericht.
1°. de gezamenlijke visie, missie en doelen;
2°. de borging van de doorlopende leer- en ontwikkellijnen en de overdracht tussen de betrokken onderwijsinstellingen per DAMU-leerling;
3°. de wijze waarop de expertise en het personeel tussen de betrokken onderwijsinstellingen wordt gedeeld;
4°. de wijze waarop het proces van gezamenlijke beoordeling van de kwaliteit, en zo nodig de verbetering en verdere borging hiervan, wordt ingericht.
c. Een verklaring van de school waarvoor het bevoegd gezag de aanvraag doet, waaruit blijkt dat op het moment van de aanvraag in de administratie van de school een door de hogeschool goedgekeurde lijst aanwezig is met de namen en adressen van minimaal vijftien op de school ingeschreven DAMU-leerlingen.
d. Het schoolplan waaruit blijkt hoe: 1°. het onderwijs wordt ingevuld rekening houdend met de belangen van de DAMU-leerlingen;
2°. de school waar nodig zorg draagt voor het benodigde maatwerk, flexibiliteit en ondersteuning voor de DAMU-leerlingen; en
3°. wordt voorzien in de aanwezigheid en aanspreekbaarheid van onderwijzend personeel dat verantwoordelijk is voor de begeleiding van de DAMU-leerlingen.
1°. het onderwijs wordt ingevuld rekening houdend met de belangen van de DAMU-leerlingen;
2°. de school waar nodig zorg draagt voor het benodigde maatwerk, flexibiliteit en ondersteuning voor de DAMU-leerlingen; en
3°. wordt voorzien in de aanwezigheid en aanspreekbaarheid van onderwijzend personeel dat verantwoordelijk is voor de begeleiding van de DAMU-leerlingen.
e. Een afschrift van een rapport van de Inspectie van het onderwijs als bedoeld in artikel 20 van de Wet op het onderwijstoezicht, waaruit blijkt dat de kwaliteit van het onderwijs op de school die wil deelnemen ten minste als voldoende is beoordeeld; en
f. een bewijs dat de medezeggenschapsraad van de school die wil deelnemen, bedoeld in artikel 3 van de Wet medezeggenschap op scholen, instemt met deelname aan het experiment.