BWBR0044598
Geldig vanaf 2020-12-31
Artikel 5
Regeling onbemande luchtvaartuigen
1. Het is verboden een vlucht uit te voeren hoger dan 120 meter boven het dichtstbijzijnde punt van het aardoppervlak.
2. In afwijking van het eerste lid kan, wanneer de vlucht wordt uitgevoerd binnen een horizontale afstand van 50 meter van een meer dan 105 meter hoog kunstmatig obstakel, met toestemming van de beheerder die verantwoordelijk is voor het obstakel, de maximum vlieghoogte worden verhoogd tot 15 meter boven de hoogte van het obstakel.
2. In afwijking van het eerste lid kan, wanneer de vlucht wordt uitgevoerd binnen een horizontale afstand van 50 meter van een meer dan 105 meter hoog kunstmatig obstakel, met toestemming van de beheerder die verantwoordelijk is voor het obstakel, de maximum vlieghoogte worden verhoogd tot 15 meter boven de hoogte van het obstakel.