BWBR0044518
Geldig vanaf 2020-12-19
Artikel 2
Sanctieregeling mensenrechtenschendingen 2020
1. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 4, eerste lid, artikel 5, eerste lid, lid 1 bis, artikel 6, eerste lid, artikel 7, eerste lid, artikel 8, eerste lid, en artikel 9, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2020/1998 is de Minister van Financiën voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van tegoeden of informatie van financiële aard.
2. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 4, eerste lid, artikel 5, eerste lid, lid 1 bis, artikel 6, eerste lid, en artikel 7, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2020/1998 is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van economische middelen of informatie anders dan van financiële aard.
2. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 4, eerste lid, artikel 5, eerste lid, lid 1 bis, artikel 6, eerste lid, en artikel 7, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2020/1998 is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van economische middelen of informatie anders dan van financiële aard.