BWBR0044500
Geldig vanaf 2020-12-17
Artikel 2
Instellingsbesluit Commissie van onafhankelijke deskundigen inzake afstand en adoptie
1. Er is een Commissie van onafhankelijke deskundigen inzake het onderzoek naar binnenlandse afstand en adoptie.
2. De Commissie heeft tot taak:
a. te reflecteren op de inrichting en het functioneren van het Aanmeldpunt en hiertoe in gesprek te gaan met het Ministerie, de FIOM, deelnemers aan de Werkgroep, het WODC en het Verwey-Jonker Instituut. De Commissie heeft daarbij bijzondere aandacht voor de positie van afstandsmoeders, afstandsvaders, afstandskinderen en geadopteerden in dit proces en hun ervaringen met het Aanmeldpunt.
b. mede op basis van de reflecties van de Commissie en de uitkomsten van een onderzoek door de ADR de opzet en inrichting van de verificatie- en correctieprocedure voor de verslagen van de getuigenissen bij het Aanmeldpunt te beoordelen. De opdracht aan de ADR wordt hiertoe met de Commissie afgestemd.
c. aanbevelingen te doen die betrekking hebben op de inrichting en uitvoering van deze verificatie- en correctieprocedure en op de samenwerking tussen het ministerie en de deelnemers aan de Werkgroep.
3. In overeenstemming met de Regeling wetenschappelijke onafhankelijkheid WODCstrekt de taak zich niet uit tot het onderzoek.
2. De Commissie heeft tot taak:
a. te reflecteren op de inrichting en het functioneren van het Aanmeldpunt en hiertoe in gesprek te gaan met het Ministerie, de FIOM, deelnemers aan de Werkgroep, het WODC en het Verwey-Jonker Instituut. De Commissie heeft daarbij bijzondere aandacht voor de positie van afstandsmoeders, afstandsvaders, afstandskinderen en geadopteerden in dit proces en hun ervaringen met het Aanmeldpunt.
b. mede op basis van de reflecties van de Commissie en de uitkomsten van een onderzoek door de ADR de opzet en inrichting van de verificatie- en correctieprocedure voor de verslagen van de getuigenissen bij het Aanmeldpunt te beoordelen. De opdracht aan de ADR wordt hiertoe met de Commissie afgestemd.
c. aanbevelingen te doen die betrekking hebben op de inrichting en uitvoering van deze verificatie- en correctieprocedure en op de samenwerking tussen het ministerie en de deelnemers aan de Werkgroep.
3. In overeenstemming met de Regeling wetenschappelijke onafhankelijkheid WODCstrekt de taak zich niet uit tot het onderzoek.