BWBR0044490
Geldig vanaf 01-01-2021
Artikel 10
Regeling Talentontwikkeling Creatieve Industrie
1. Met de beoordeling van de ingediende voorstellen in Ronde I en Ronde II, doet de adviescommissie een uitspraak over het artistieke en professionele ontwikkelingsvermogen van de aanvrager.
2. Met de beoordeling van de ingediende voorstellen in Ronde III doet de adviescommissie een uitspraak over de inhoud en opzet van het ontwikkelplan in relatie tot het artistieke en professionele ontwikkelingsvermogen van de aanvrager.
3. De beoordeling op basis van de hier volgende criteria leidt tot een rangschikking van de ingediende voorstellen. Het beschikbare bedrag wordt toegekend aan de aanvragers waarvan de aanvraag het hoogst is geplaatst op de ranglijst, zolang het totaal daarvan het subsidieplafond niet overschrijdt.
4. De adviescommissie hanteert bij de beoordeling van een aanvraag voor Ronde I de volgende criteria, die in gelijke mate worden gewogen:
a. De kwaliteit van het werk van de aanvrager;
b. Omgevingsbewustzijn en positionering;
c. Ontwikkelvermogen;
d. De mate waarin de praktijk van de aanvrager in potentie als onderscheidend kan worden gezien binnen de creatieve industrie.
5. De adviescommissie hanteert bij de beoordeling van een aanvraag voor Ronde II de volgende criteria, die in gelijke mate worden gewogen:
a. De kwaliteit van het werk van de aanvrager;
b. Omgevingsbewustzijn en positionering;
c. Ontwikkelvermogen;
d. De mate waarin de praktijk van de aanvrager in potentie als onderscheidend kan worden gezien binnen de creatieve industrie.
6. De adviescommissie hanteert bij de beoordeling van een aanvraag voor Ronde III de volgende criteria, die in gelijke mate worden gewogen:
a. De kwaliteit van het werk van de aanvrager in relatie tot het ontwikkelplan;
b. Omgevingsbewustzijn en positionering van de praktijk binnen het vakgebied en in maatschappelijke context;
c. Ontwikkelvermogen;
d. De mate waarin het ontwikkelplan en voorgestelde activiteiten bijdragen aan het ontwikkelen van een onderscheidende en betekenisvolle praktijk binnen de creatieve industrie.
2. Met de beoordeling van de ingediende voorstellen in Ronde III doet de adviescommissie een uitspraak over de inhoud en opzet van het ontwikkelplan in relatie tot het artistieke en professionele ontwikkelingsvermogen van de aanvrager.
3. De beoordeling op basis van de hier volgende criteria leidt tot een rangschikking van de ingediende voorstellen. Het beschikbare bedrag wordt toegekend aan de aanvragers waarvan de aanvraag het hoogst is geplaatst op de ranglijst, zolang het totaal daarvan het subsidieplafond niet overschrijdt.
4. De adviescommissie hanteert bij de beoordeling van een aanvraag voor Ronde I de volgende criteria, die in gelijke mate worden gewogen:
a. De kwaliteit van het werk van de aanvrager;
b. Omgevingsbewustzijn en positionering;
c. Ontwikkelvermogen;
d. De mate waarin de praktijk van de aanvrager in potentie als onderscheidend kan worden gezien binnen de creatieve industrie.
5. De adviescommissie hanteert bij de beoordeling van een aanvraag voor Ronde II de volgende criteria, die in gelijke mate worden gewogen:
a. De kwaliteit van het werk van de aanvrager;
b. Omgevingsbewustzijn en positionering;
c. Ontwikkelvermogen;
d. De mate waarin de praktijk van de aanvrager in potentie als onderscheidend kan worden gezien binnen de creatieve industrie.
6. De adviescommissie hanteert bij de beoordeling van een aanvraag voor Ronde III de volgende criteria, die in gelijke mate worden gewogen:
a. De kwaliteit van het werk van de aanvrager in relatie tot het ontwikkelplan;
b. Omgevingsbewustzijn en positionering van de praktijk binnen het vakgebied en in maatschappelijke context;
c. Ontwikkelvermogen;
d. De mate waarin het ontwikkelplan en voorgestelde activiteiten bijdragen aan het ontwikkelen van een onderscheidende en betekenisvolle praktijk binnen de creatieve industrie.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0044490
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl