BWBR0044484
Geldig vanaf 2020-12-18
Artikel 1
Mandaatbesluit NFI 2020
1. Van het ingevolge artikel 1, onderdeel i van het Mandaatbesluit hoofden taakorganisaties Ministerie van Justitie en Veiligheidaan de algemeen directeur van het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: de algemeen directeur) verleende ondermandaat wordt ten aanzien van de aangelegenheden die zijn takenpakket betreffen, ondermandaat verleend aan de ambtenaar genoemd onder 1.1 in kolom I van bijlage Ibij dit besluit. De invulling van dit takenpakket wordt nader uitgewerkt in bijlage IIIbij dit besluit.
2. Van het ingevolge artikel 1, onderdeel i van het Mandaatbesluit hoofden taakorganisaties Ministerie van Justitie en Veiligheidaan de algemeen directeur verleende ondermandaat wordt ten aanzien van de aangelegenheden die hun dienstonderdeel betreffen, ondermandaat verleend aan de ambtenaren genoemd onder 1.1.1 tot en met 1.1.7 in kolom I van bijlage Ibij dit besluit.
3. De ambtenaar bedoeld in het eerste lid is bevoegd tot het aangaan van verplichtingen en het verrichten van uitgaven tot een bedrag van maximaal € 1.000.000,–. Hij is tevens bevoegd tot het aangaan van verplichtingen zonder financiële waarde of waarvan de financiële waarde bij het aangaan van de verplichting nog onbepaald is.
4. De ambtenaren bedoeld in het tweede lid zijn bevoegd tot het aangaan van verplichtingen en het verrichten van uitgaven tot een het bedrag van maximaal € 134.000,–. Zij zijn niet bevoegd tot het aangaan van verplichtingen zonder financiële waarde of waarvan de financiële waarde bij het aangaan van de verplichting nog onbepaald is.
2. Van het ingevolge artikel 1, onderdeel i van het Mandaatbesluit hoofden taakorganisaties Ministerie van Justitie en Veiligheidaan de algemeen directeur verleende ondermandaat wordt ten aanzien van de aangelegenheden die hun dienstonderdeel betreffen, ondermandaat verleend aan de ambtenaren genoemd onder 1.1.1 tot en met 1.1.7 in kolom I van bijlage Ibij dit besluit.
3. De ambtenaar bedoeld in het eerste lid is bevoegd tot het aangaan van verplichtingen en het verrichten van uitgaven tot een bedrag van maximaal € 1.000.000,–. Hij is tevens bevoegd tot het aangaan van verplichtingen zonder financiële waarde of waarvan de financiële waarde bij het aangaan van de verplichting nog onbepaald is.
4. De ambtenaren bedoeld in het tweede lid zijn bevoegd tot het aangaan van verplichtingen en het verrichten van uitgaven tot een het bedrag van maximaal € 134.000,–. Zij zijn niet bevoegd tot het aangaan van verplichtingen zonder financiële waarde of waarvan de financiële waarde bij het aangaan van de verplichting nog onbepaald is.