BWBR0044482
Geldig vanaf 16-12-2020
Artikel 8
Regeling aanvullende ondersteuning incidentele literaire manifestaties en activiteiten Nederlands Letterenfonds Covid-19
1. De subsidie wordt door de subsidieontvanger besteed aan het opvangen van derving van publieksinkomsten uit publieksactiviteiten van de instelling in 2020 of aan te maken kosten in 2020 of 2021 voor een heropstart van de publiekactiviteit binnen de te volgen richtlijnen van de overheid.
2. De subsidieontvanger komt de financiële verplichtingen na die ontvanger ten behoeve van de geplande publieksactiviteit in 2020 is aangegaan, in het bijzonder ook voor zover die verplichtingen voortvloeien uit afspraken tussen ontvanger en zzp’ers.
3. De subsidieontvanger doet onverwijld mededeling aan het bestuur van feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de subsidieverstrekking. Bij de melding worden de stukken overgelegd die betrekking hebben op de gemelde feiten en omstandigheden en wordt de oorzaak van de gemelde feiten en omstandigheden toegelicht.
4. Het onverwijld melding doen is niet vereist, voor zover het omstandigheden betreft die verband houden met de uitbraak van het virus SARS-CoV-2. Alsdan gaat de subsidieontvanger zo snel mogelijk over tot het doen van een melding, zij het uiterlijk bij de verantwoording van de subsidie.
5. Indien de lopende subsidie meer dan € 25.000 bedroeg verantwoordt de ontvanger de aanvullende subsidie tegelijk met de verantwoording van de lopende subsidie, en zoveel mogelijk op de wijze die in de beschikking tot verlening van de lopende subsidie is bepaald.
2. De subsidieontvanger komt de financiële verplichtingen na die ontvanger ten behoeve van de geplande publieksactiviteit in 2020 is aangegaan, in het bijzonder ook voor zover die verplichtingen voortvloeien uit afspraken tussen ontvanger en zzp’ers.
3. De subsidieontvanger doet onverwijld mededeling aan het bestuur van feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de subsidieverstrekking. Bij de melding worden de stukken overgelegd die betrekking hebben op de gemelde feiten en omstandigheden en wordt de oorzaak van de gemelde feiten en omstandigheden toegelicht.
4. Het onverwijld melding doen is niet vereist, voor zover het omstandigheden betreft die verband houden met de uitbraak van het virus SARS-CoV-2. Alsdan gaat de subsidieontvanger zo snel mogelijk over tot het doen van een melding, zij het uiterlijk bij de verantwoording van de subsidie.
5. Indien de lopende subsidie meer dan € 25.000 bedroeg verantwoordt de ontvanger de aanvullende subsidie tegelijk met de verantwoording van de lopende subsidie, en zoveel mogelijk op de wijze die in de beschikking tot verlening van de lopende subsidie is bepaald.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0044482
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl