BWBR0044473
Geldig vanaf 2021-01-01
Artikel 9
Specifieke uitkering lokale preventieakkoorden en preventieaanpakken
1. De minister besluit uiterlijk 6 maanden na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 8, over de vaststelling van de uitkering.
2. Indien de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de uitkering, wordt de uitkering vastgesteld op het bedrag dat is bepaald in de verlening.
3. Indien de verantwoordingsinformatie te laat, niet of niet volledig wordt verstrekt, stelt de minister de specifieke uitkering op een lager bedrag vast, aan de hand van de gegevens die tot het moment van de vaststelling beschikbaar zijn gesteld.
4. De Minister kan, in overleg met de ontvanger van de uitkering, afzien van terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen in het jaar waar de verlening betrekking op heeft als het restant van de uitkering in het daaropvolgende jaar door de ontvanger kan worden besteed aan activiteiten als bedoeld in artikel 2.
2. Indien de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de uitkering, wordt de uitkering vastgesteld op het bedrag dat is bepaald in de verlening.
3. Indien de verantwoordingsinformatie te laat, niet of niet volledig wordt verstrekt, stelt de minister de specifieke uitkering op een lager bedrag vast, aan de hand van de gegevens die tot het moment van de vaststelling beschikbaar zijn gesteld.
4. De Minister kan, in overleg met de ontvanger van de uitkering, afzien van terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen in het jaar waar de verlening betrekking op heeft als het restant van de uitkering in het daaropvolgende jaar door de ontvanger kan worden besteed aan activiteiten als bedoeld in artikel 2.